top of page
Michelle van der Zee Biodynamische Psychologie

Updates

Volwassen Autonomie

Over individuatie, verbinding en het vermogen jezelf niet te verlaten

Autonomie wordt vaak begrepen als zelfstandigheid. Als op eigen benen staan. Geen afhankelijkheid. Geen behoefte. Geen leunen. In onze cultuur is autonomie synoniem geworden met ik kan het alleen. Maar wie werkt met mensen — in therapie, relaties of organisaties — ziet iets anders: hoe sterker mensen dit nastreven, hoe vaker verbinding verschraalt. Of verandert in strijd. Of in terugtrekking. Vanuit een lichaamsgericht, systemisch en ontwikkelingsgericht perspectief is autonomie geen tegenhanger van verbinding. Integendeel: volwassen autonomie is een voorwaarde voor echte intimiteit.


Autonomie als ontwikkelingsproces

Autonomie is geen eigenschap, maar een geleidelijk verworven capaciteit. Ze ontstaat wanneer twee bewegingen zich samen mogen ontwikkelen:

·       het ervaren van jezelf als een afzonderlijk, belichaamd geheel

·       het vermogen om in contact te blijven met een ander


Wanneer deze bewegingen in voldoende veiligheid hebben kunnen rijpen, ontstaat er iets wezenlijks: ik ben ik, jij bent jij, en we hoeven elkaar niet vast te houden of af te weren om verbonden te blijven.


Onvolwassen autonomie: afgescheidenheid vermomd als kracht

Wanneer individuatie vroeg in het leven niet veilig mogelijk was — door emotionele afwezigheid, onvoorspelbaarheid, parentificatie of overweldiging — ontwikkelt het systeem vaak een alternatief. Dat alternatief lijkt op autonomie, maar is het niet. Onvolwassen autonomie uit zich bijvoorbeeld als:

·       sterke zelfredzaamheid

·       moeite met ontvangen

·       controle of perfectionisme

·       emotionele geslotenheid

·       nabijheid die snel benauwend voelt


Lichamelijk zie je vaak spanning, terugtrekking of bevriezing. Relationeel ontstaat afstand, zelfs wanneer er ogenschijnlijk verbinding is.


Wanneer separatie (nog) niet lukt

Voor andere mensen is separatie nooit echt voltooid — niet uit onwil, maar uit noodzaak of loyaliteit.


Het kind kon:

·       zichzelf niet veilig afzetten

·       geen verschil maken zonder verlies

·       niet ervaren waar het zelf ophield en de ander begon


Later zie je dan patronen van:

·       samenvloeien

·       moeite met grenzen

·       identiteit ontlenen aan de ander

·       angst voor conflict of verlaten worden


Ook dit kan eruitzien als autonomie — ik red me wel, ik pas me aan — maar in wezen is het zelfverlies in verbinding.


Volwassen autonomie: blijven bij jezelf in contact

Volwassen autonomie betekent niet dat je geen behoefte hebt. Het betekent dat je je behoefte kunt voelen zonder erdoor gestuurd te worden.


In volwassen autonomie:

·       kan verschil bestaan zonder bedreiging

·       hoeft niemand gered of vastgehouden te worden

·       mag nabijheid intens zijn zonder versmelting

·       kan afstand bestaan zonder breuk


Lichamelijk zie je meer doorstroming: adem, warmte, levendigheid. Relationeel ontstaat iets zeldzaams: ontmoeting zonder functie.


Niet jij om mij te reguleren.

Niet ik om jou te dragen.

Maar twee mensen die aanwezig zijn.


Autonomie is belichaamd

Autonomie ontstaat niet door inzicht alleen. Ze vraagt een lichaam dat:

·       spanning kan dragen

·       nabijheid kan verdragen

·       verschil kan laten bestaan

·       emotie kan laten bewegen zonder onmiddellijk te hoeven handelen


Daarom groeit autonomie niet door harder je best te doen, maar door herstel van zelfcontact.


Vaak in relatie.

Vaak langzaam.

Vaak met rouw om wat niet gedragen of weerspiegeld werd.


Intimiteit als keuze

Intimiteit verdiept zich niet wanneer we elkaar nodig hebben om onszelf te dragen. Ze verdiept zich wanneer we elkaar ontmoeten vanuit keuze. Wanneer niemand zichzelf hoeft te verlaten om nabij te zijn, ontstaat:

·       wederkerigheid

·       levendigheid

·       creativiteit

·       waarachtigheid


Dit geldt in liefdesrelaties, maar net zo goed in gezinnen, vriendschappen en professionele contexten. Organisaties waarin volwassen autonomie mogelijk is, kenmerken zich door:

·       verantwoordelijkheid op de juiste plek

·       minder redders- en slachtofferdynamieken

·       meer initiatief én meer rust


Autonomie als levende beweging

Volwassen autonomie is geen eindpunt. Het is een voortdurende afstemming tussen binnen en buiten, tussen ik en wij.


Soms vraagt het nabijheid.

Soms afstand.

Soms steun.

Soms alleen zijn.


Het verschil zit niet in de vorm, maar in de innerlijke positie: verlaat ik mezelf — of blijf ik aanwezig?


Dat is de essentie.




Opmerkingen


bottom of page