top of page
Michelle van der Zee Biodynamische Psychologie

Updates

Goedemorgen, Amsterdam

  • 2 dagen geleden
  • 5 minuten om te lezen

Vanmorgen liep ik een balletschool binnen. Niet voor een grote levensles, een existentiële doorbraak of een diep inzicht over het menselijk bestaan. Gewoon voor een les. De les was fijn, net als de vorige keer. Maar opnieuw viel me iets op. Niemand zei gedag. Niet tegen mij, niet tegen elkaar.


Mensen kwamen binnen, kleedden zich om, keken op hun telefoon, gingen op hun plek staan en vertrokken na afloop weer. Stilletjes. Efficiënt. Alsof we spelers waren in dezelfde scène, zonder ooit werkelijk samen aanwezig te zijn.


Laat ik meteen iets duidelijk maken. Ik denk niet dat deze mensen onaardig zijn. Integendeel. Het zijn waarschijnlijk vriendelijke, intelligente, hardwerkende mensen. Mensen die bewust bezig zijn met hun gezondheid, hun lichaam en hun welzijn. Juist daarom intrigeert het me.


Want dit zie ik niet alleen in deze balletschool. Ik zie het in yogastudio’s, de pilatesschool waar ik graag kom, wachtkamers bij tandarts en huisarts, koffietentjes en op straat. Alsof we steeds meer naast elkaar leven en steeds minder met elkaar.


Het klinkt misschien als een klein detail. Een goedemorgen. Een tot ziens. Een glimlach. Maar voor mensen zijn dat geen details. We zijn sociale wezens. Onze behoefte aan verbinding zit diep verweven in ons bestaan. Niet alleen psychologisch, maar ook biologisch. We worden voortdurend beïnvloed door de aanwezigheid van anderen. Door gezichtsuitdrukkingen, stemmen, oogcontact, vriendelijkheid en erkenning. Een mens die wordt gezien, ontspant anders dan een mens die onzichtbaar blijft.


Wat ik minstens zo interessant vind, is wat er in ons gebeurt wanneer die kleine vormen van contact ontbreken. Stel dat niemand terug groet. Dan kun je gemakkelijk gaan denken dat het aan jou ligt. Misschien ben ik te aanwezig. Misschien ben ik te gevoelig. Misschien begrijp ik de ongeschreven regels niet. Misschien willen mensen gewoon met rust gelaten worden.


Je kunt ook de andere kant op schieten. Wat een arrogante mensen. Wat een kille omgeving. Hier kom ik nooit meer terug.


Of je past je aan. Je houdt voortaan zelf ook je mond. Je doet mee. Je negeert het gevoel dat er iets onnatuurlijks aan is.


Ik herken die neiging tot analyseren overigens maar al te goed. Misschien is het mijn hechtingsstijl. Misschien voel ik me veiliger wanneer mensen even gedag zeggen. Misschien projecteer ik iets. Misschien wonen er inmiddels zoveel nationaliteiten in Amsterdam dat niemand meer weet wat de sociale etiquette is. Misschien is iedereen druk. Misschien praat ik te zacht. Misschien is het een overblijfsel uit de Corona tijd.


Maar ergens halverwege die analyse bedenk ik me: misschien is het gewoon een beetje vreemd dat niemand goedemorgen terugzegt.


Dat klinkt misschien minder psychologisch verfijnd, maar het is ook een mogelijkheid.


We leven in een tijd waarin bijna elk ongemak wordt terugverwezen naar het individu. Voel je je eenzaam? Werk aan jezelf. Ben je gespannen? Reguleer je zenuwstelsel. Ben je een paar kilo te zwaar? Gebruik je stappenteller, doe krachttraining en eet meer eiwitten, vooral als je boven de 40 bent. Heb je moeite met relaties? Onderzoek je hechtingsstijl. Voel je je niet gezien? Ga in therapie. Ben je al in therapie geweest? Zoek dan een betere therapeut.


Allemaal waardevolle dingen.

Maar soms vraag ik me af of we daarmee iets anders uit het oog verliezen. Namelijk dat mensen zich niet alleen ontwikkelen in zichzelf, maar ook in relatie tot hun omgeving. Dat een gezonde samenleving niet uitsluitend bestaat uit individuen die hard aan zichzelf werken, maar ook uit de duizenden kleine interacties die een dag menselijk maken.


De buurvrouw die vraagt hoe het gaat. De kassière die je aankijkt. De buurman die even naar je zwaait. De onbekende die de deur voor je openhoudt. Het kind dat een compliment krijgt. Het lijken details, maar misschien zijn het juist de bouwstenen van een samenleving waarin mensen zich gezien voelen.


Wat me daarbij opvalt, is een bijzondere paradox. Nog nooit werd er zoveel gesproken over zelfzorg, mentale gezondheid, bewustzijn, belichaming, zenuwstelselregulatie en co-regulatie. Mensen luisteren podcasts over alle vormen van trauma, volgen workshops over de werking van ons zenuwstelsel alsof het zenuwstelsel een persoon op zichzelf is, doen ademhalingsoefeningen, boeken holistische retraites die resultaten garanderen waar je u tegen zegt en zoeken tal van manieren om meer aanwezig te zijn in hun lichaam.


Nogmaals: ik geloof oprecht in het voordeel van meer bewustzijn, echter gaat het in mijn ogen voorbij aan iets wat meer essentieel is. Ik ben zelf therapeut, dus het zou wat ongemakkelijk worden als ik hier ineens een pleidooi tegen bewustwording zou houden. Maar soms vraag ik me af of we niet een deel van de oplossing, waar we zo naarstig naar op zoek zijn, over het hoofd zien.


Wat als een deel van onze regulatie helemaal niet ontstaat dankzij een oefening, maar in het dagelijkse leven zelf? In de vrouw achter de balie die je vriendelijk aankijkt. In een praatje met iemand in het park. In een wachtkamer waar mensen elkaar nog even opmerken. Op straat waar je de geur van een bloem ruikt en glimlacht naar de persoon die het geveltuintje onderhoudt. Bij de groenteboer die je een dankbaar knikje geeft terwijl je de rijkdom aan kleuren aanschouwt die de natuur ons schenkt. In een eenvoudig goedemorgen, in woorden of een aangename blik.


Dat kost niets. We hoeven er geen abonnement voor af te sluiten, geen cursus voor te volgen en geen protocol voor te leren. Het vraagt alleen een klein beetje aandacht.


Misschien zijn we zo druk geworden met het optimaliseren van onszelf, dat we vergeten zijn dat het onze menselijke aard is om elkaar te ontmoeten. Ja, ook zonder dat je daar eerst grondingsoefeningen voor hoeft te doen.


En begrijp me niet verkeerd. Ik houd van stilte. Ik houd van groei en innovatie. Ik houd van autonomie. Ik ben dol op Amsterdam, omdat je hier zo heerlijk jezelf kunt zijn. Je kunt prachtig gekleed door de stad lopen alsof je onderweg bent naar een modeshow, maar ook in een joggingbroek met een slordige knot en schoenen waar je achteraf liever geen foto’s van terugziet. Je kunt uitbundig zijn, introvert, zichtbaar of juist helemaal op jezelf. Dat is een van de dingen die ik zo waardeer aan deze stad.


Maar vrijheid hoeft geen onverschilligheid te worden.


We hoeven niet allemaal vrienden te zijn. We hoeven niet allemaal gesprekken te voeren. We hoeven elkaar niet voortdurend te entertainen. We hoeven alleen niet te vergeten dat er tegenover ons een mens staat.


Een mens van vlees en bloed.


Net als wij.


Misschien ben ik ouderwets, maar als iemand goedemorgen zegt, zeg ik gewoon goedemorgen terug. En als dat inmiddels een radicale sociale daad is geworden, hebben we volgens mij een interessanter maatschappelijk probleem dan de gemiddelde ademhalingsoefening kan oplossen.


Dus Amsterdam, mag ik een klein voorstel doen?

Niet groots. Niet ingewikkeld.

Gewoon een beetje moeite voor elkaar.

Een glimlach. Een blik. Een goedemorgen.


Want misschien onderschatten we hoeveel invloed die kleine momenten hebben. Misschien zijn het juist die alledaagse ontmoetingen die maken dat we ons onderdeel voelen van iets groters dan onszelf. Daar hebben we geen spirituele guru voor nodig en geen therapeut. Misschien is dat wel een van de meest onderschatte vormen van co-regulatie die er bestaan.


En eerlijk gezegd denk ik dat het ons niet alleen minder stress oplevert, maar ook een leukere stad.


Al was het maar omdat we dan af en toe ontdekken dat er achter al die telefoons, sportleggings, koptelefoons, bakfietsen, datingapps en online reserveringssystemen nog steeds gewoon mensen zitten.



bottom of page