top of page
Michelle van der Zee Biodynamische Psychologie

Updates

Verlangen

  • 4 dagen geleden
  • 7 minuten om te lezen

Verlangen als beweging

Verlangen heeft een merkwaardige dubbelheid.


Het kan ons wakker maken. Een verlangen naar liefde, naar een ander leven, naar creativiteit, naar verandering of naar iets wat we nog niet kennen, kan een kracht in ons vrijmaken die ons in beweging brengt. We voelen ineens richting. Iets begint te leven. We willen ontdekken, maken, ontmoeten, groeien.


Maar hetzelfde verlangen kan ons ook gevangen houden.


We kunnen zo sterk gaan verlangen naar wat nog niet is, dat wat er wél is steeds minder werkelijk wordt. We raken gericht op de uitkomst, op de vervulling, op het moment waarop iets eindelijk gebeurt. We gaan najagen, plannen, controleren, vergelijken en onszelf vertellen dat we pas kunnen ontspannen wanneer het verlangen is vervuld.


Daar ontstaat een subtiele verschuiving. Wat ons eerst in beweging bracht, begint ons te beheersen.


Dat is een van de meest menselijke kenmerken van verlangen: het kan zowel een poort naar verandering zijn als een ingang naar illusie.


Verlangen brengt ons in beweging

In Ayurveda en de yogatraditie wordt gesproken over drie kwaliteiten die voortdurend in ons leven bewegen: tamas, rajas en sattva. Je kunt ze zien als verschillende krachten die invloed hebben op hoe we ervaren, bewegen, verlangen, rusten en handelen. Niet als vaste typen waarin we passen, maar als kwaliteiten die elkaar voortdurend afwisselen en beïnvloeden.


Rajas is de beweging. Het is de kracht die ons doet opstaan, verlangen, zoeken, creëren en handelen. Zonder rajas zouden we weinig beginnen. We zouden niet verliefd worden, geen huis bouwen, geen boek schrijven, geen nieuwe richting inslaan. Rajas maakt iets wakker dat zegt: hier wil ik naartoe.


Daarom is verlangen niet iets waar we vanaf hoeven. Het verlangen zelf is niet het probleem. Het wordt interessant wanneer we gaan kijken wat er gebeurt nadat het verlangen ons in beweging heeft gebracht.


Want rajas kent ook een andere kant. Wanneer beweging zichzelf gaat voeden, kan verlangen veranderen in najagen. Dan is er steeds iets nieuws nodig: nog een stap, nog een bevestiging, nog een gesprek, nog een teken dat het goed komt. We richten onze aandacht steeds verder naar buiten, op datgene wat ons uiteindelijk rust zou moeten geven. Maar juist daardoor raakt de rust steeds verder weg.


Rajas laat ons bewegen, maar zonder voldoende bedding kan die beweging onrust worden.


Wanneer verlangen een belofte wordt

We kunnen ons gemakkelijk hechten aan het beeld van wat iets ons zal brengen. Niet alleen aan een persoon, maar ook aan een toekomst, een baan, een huis, een lichaam, een project, een bepaalde versie van onszelf. We verlangen niet alleen naar wat iets werkelijk is, maar naar wat we denken dat het ons zal laten voelen.


Als dit lukt, zal ik eindelijk ontspannen. Als die persoon voor mij kiest, weet ik dat ik goed genoeg ben. Als ik dit bereikt heb, kan ik gelukkig zijn. Als mijn leven eenmaal zo is ingericht, komt de rust. Het verlangen raakt dan verweven met een belofte. En precies daar kan illusie ontstaan.

Niet omdat wat we verlangen niet waardevol is, maar omdat we iets buiten onszelf laten dragen wat uiteindelijk niet volledig door datgene vervuld kan worden.


Een relatie kan liefde geven, maar niet al onze oude pijn oplossen. Een succes kan voldoening geven, maar niet definitief bewijzen dat we waardevol zijn. Een nieuwe omgeving kan ruimte geven, maar niet automatisch de innerlijke onrust wegnemen die we meenemen. Een mooie reis kan ons inspireren om anders te leven, maar eenmaal weer thuis betekent het nog niet dat we dat ook vorm weten te geven.


Dat betekent niet dat we minder zouden moeten verlangen. Het vraagt iets subtielers: dat we onderscheid maken tussen het verlangen zelf en het verhaal dat we eraan verbinden.


Wat verlangt er eigenlijk?

Het helpt om niet meteen te vragen: Hoe krijg ik wat ik verlang? Maar: Wat leeft er precies in mij? Waar gaat het verlangen werkelijk over?


Je verlangen naar een ander kan ook iets aanraken van een dieper verlangen naar nabijheid. Je verlangt naar succes, maar misschien ook naar erkenning. Je verlangt naar verandering, maar hebt vooral behoefte aan ruimte. Je verlangt naar rust, terwijl je systeem eerst iets ouds moet loslaten voordat rust überhaupt kan landen.


Verlangen is niet altijd letterlijk. Het wijst ergens naartoe, maar niet altijd naar het object waarop we het hebben gericht.


Daarom vraagt verlangen om aanwezigheid: lang genoeg blijven bij wat er in ons beweegt, zonder onmiddellijk van verlangen naar handelen te springen. Niet om het verlangen te onderdrukken, maar om het beter te leren verstaan.


De beweging kan ook teruggaan

Daar komt tamas in beeld.


Tamas wordt vaak geassocieerd met zwaarte, traagheid, weerstand of stilstand. Maar ook dat is te eenvoudig.


Er is een vorm van vertraging die gezond en noodzakelijk is. Na inspanning volgt herstel. Na expansie volgt contractie. Na een periode van zoeken ontstaat er een behoefte om niet meer te bewegen, maar te laten bezinken. Het leven beweegt niet voortdurend naar buiten. Soms moet iets juist tot rust komen.


Na een intense periode is er weinig behoefte aan nieuwe plannen of ervaringen. We trekken ons terug, slapen, zoeken eenvoud, willen minder. Niet omdat we zijn vastgelopen, maar omdat iets aan het integreren is. Ook dat is onderdeel van beweging.


Tamas helpt ons landen in wat eerder in beweging is gebracht. Het vormt een bedding waarin ervaring kan bezinken.


Maar ook hier kan iets doorschieten. Wanneer vertraging verandert in vermijding, wanneer rust verandert in apathie of wanneer we ons afsluiten omdat voelen te veel vraagt, wordt dezelfde kwaliteit verstarrend. Dan is de beweging niet langer herstel, maar immobiliteit.


Tamas kan ons helpen vertragen, maar het vraagt onderscheidingsvermogen om te voelen wanneer rust werkelijk herstel is en wanneer we ons erin zijn gaan verstoppen.


Sattva is niet het einde van verlangen

Tegenover rajas en tamas wordt sattva vaak beschreven als helderheid, harmonie, lichtheid en evenwicht.


Maar sattva betekent niet dat we geen verlangens meer hebben. Het betekent eerder dat er meer ruimte ontstaat tussen het verlangen en wat we ermee doen.


We kunnen iets heel graag willen en tegelijkertijd voelen: dit is mijn verlangen, maar ik hoef er niet onmiddellijk naar te handelen. We kunnen verlangen naar liefde zonder de ander te hoeven vasthouden, verlangen naar verandering zonder onze huidige werkelijkheid te verwerpen en iets nastreven zonder onze waarde afhankelijk te maken van de uitkomst.


Er ontstaat een soort innerlijke vrijheid. Het verlangen mag er zijn, zonder dat het ons bestuurt.

Dat is een van de meest volwassen vormen van verlangen: niet minder intens, maar minder verkrampt. Sattva is daarmee niet het einde van beweging, maar de helderheid waarin we beter kunnen voelen wat er werkelijk gaande is.


De drie bewegen samen

Rajas, tamas en sattva zijn geen opeenvolgende stappen waarbij we van rajas naar sattva gaan en tamas achter ons laten. Ze vormen samen een dynamiek.


Er is een tijd om te bewegen en een tijd om te vertragen. Een tijd om iets te beginnen en een tijd om het te laten rusten. Een tijd waarin verlangen ons wakker maakt en een tijd waarin we ontdekken wat er onder dat verlangen ligt.


Rajas helpt ons uit stilstand te komen. Iets mag weer gaan stromen. We staan op, handelen, spreken, bewegen. Maar na langdurige rajas kan tamas juist nodig zijn. We kunnen niet eindeloos creëren, beslissen en verlangen zonder dat ons systeem naar rust gaat zoeken.


En tussen die bewegingen kan sattva ontstaan: de helderheid waarin we beter kunnen voelen wat er werkelijk gaande is. Niet als een permanente toestand, maar als een kwaliteit van aanwezigheid.

Daarom zijn deze drie kwaliteiten beter te begrijpen als een ritme dan als een hiërarchie. Zoals dag en nacht elkaar niet hoeven te bestrijden. Zoals in- en uitademen elkaar niet opheffen. Zoals ons lichaam niet voortdurend kan aanspannen zonder ook te ontspannen. Het ene maakt ruimte voor het volgende.


Wanneer we het ritme niet meer voelen

Veel van onze uitputting ontstaat niet doordat we verlangen, maar doordat we één beweging te lang proberen vast te houden. We blijven doorgaan terwijl iets in ons om rust vraagt. We blijven rusten terwijl iets in ons eigenlijk weer wil leven. We blijven zoeken naar een antwoord terwijl het tijd is om niets op te lossen. Of we blijven verlangen naar iets wat allang niet meer werkelijk over datgene gaat waar we onze aandacht op richten.


Dan verliezen we ons contact met het ritme.


Ons leven wordt een voortdurende beweging van meer, verder, anders, straks. Of juist van niet nu, later, eerst wachten, ik kan het niet. In beide gevallen raken we verder verwijderd van de ervaring van dit moment.


Belichaamde aanwezigheid vraagt iets anders. Niet dat we ons verlangen controleren, maar dat we het leren voelen, voordat we het volgen.


Het verlangen hoeft niet weg

We hoeven daarom niet minder te verlangen. We mogen verlangen juist weer zien als een vorm van levenskracht. Het kan ons iets laten zien, ons in beweging brengen, ons uitdagen en ons openen voor een leven dat nog niet zichtbaar is. Het brengt ons naar een grens waar we iets ouds niet langer kunnen volhouden.


Maar verlangen vraagt ook om vertraging. Om de vraag: Is dit werkelijk wat ik verlang, of verlang ik naar wat ik denk dat dit mij zal geven? Kan ik dit verlangen voelen zonder het onmiddellijk te vervullen? Kan ik bewegen zonder te gaan najagen? Kan ik rusten zonder mezelf af te sluiten? En nog belangrijker: kan ik verdragen dat het verlangen er is zonder al te weten wat ik ermee moet?


Daar kan iets verschuiven.


Het verlangen hoeft niet langer een opdracht te zijn. Het hoeft niet onmiddellijk vervuld, onderdrukt of verklaard te worden. Het mag gevoeld worden, onderzocht, bewogen, soms gevolgd, soms begrensd en soms losgelaten.


En soms blijkt het verlangen zelf de transformatie te zijn. Niet omdat we uiteindelijk krijgen waar we naar verlangden, maar omdat het ons onderweg iets laat ontmoeten wat dieper ligt dan het object van ons verlangen.


Dat is de beweging van een belichaamd leven: niet proberen het verlangen uit ons leven te verwijderen, maar leren luisteren naar de intelligentie ervan. Weten wanneer het ons in beweging wil brengen, wanneer we moeten vertragen en steeds opnieuw ontdekken wat er mogelijk wordt wanneer we niet langer door verlangen worden voortgedreven, maar er werkelijk mee aanwezig kunnen zijn.



Opmerkingen


bottom of page