top of page
Michelle van der Zee Biodynamische Psychologie

Updates

Verbinding en Autonomie

  • 3 uur geleden
  • 8 minuten om te lezen

De paradox van verbinding en autonomie

Er zijn momenten in het leven waarop we vastlopen. Dat is lang niet altijd omdat we niet weten wat we willen of hoe we daar moeten komen. Het is simpelweg niet altijd zo eenduidig of rechtlijnig. Wat we willen kan verschillende kanten hebben, die soms tegengesteld lijken en soms ook werkelijk met elkaar botsen.


Je kunt diep naar verbinding verlangen en tegelijkertijd ruimte nodig hebben. Je kunt van iemand houden en voelen dat je afstand moet nemen. Je kunt ergens helemaal voor willen gaan en tegelijkertijd merken dat iets in jou zich terugtrekt. Je kunt verbondenheid belangrijk vinden en toch niet langer bereid zijn om jezelf ervoor aan te passen.


Dat maakt zulke momenten ingewikkeld. Want we willen vaak dat één van de twee waarheden de andere oplost. Als ik werkelijk van je houd, zou ik toch bij je willen zijn? Als ik werkelijk vrij wil zijn, zou ik afstand moeten nemen van mijn relatie, baan of leefomstandigheden. Als ik voor mezelf kies, laat ik jou dan in de steek? We kunnen onszelf zo proberen te forceren tot een ja of nee, een pad naar links of naar rechts. Of we zetten ons zo schrap tegen de spanning dat we gevangen raken in eindeloze twijfel en helemaal niet meer bewegen.


Maar misschien begint volwassen onderscheidingsvermogen juist daar: bij het kunnen verdragen dat niet iedere innerlijke spanning onmiddellijk opgelost hoeft te worden. Kun je aanwezig blijven en de draagkracht ervaren om te zijn, precies daar waar je nu bent? Rationeel vaak makkelijker gezegd dan gedaan, omdat het hier niet zozeer gaat over iets doen, maar juist over niet te snel handelen.


Want om te kunnen onderscheiden wat er werkelijk speelt, is soms een bewustzijn nodig dat verder gaat dan cognitief begrijpen. Een bewustzijn van waaruit je kunt gaan ervaren waar die spanning tussen verbinding en autonomie vandaan komt. We zijn immers niet begonnen als volledig afgescheiden mensen. Onze behoefte aan verbinding én onze behoefte aan een eigen ruimte ontwikkelen zich vanaf het allereerste begin met elkaar mee.


Van samenzijn naar verschil

We worden niet als volledig afgescheiden mensen geboren. In onze vroegste ontwikkeling is er nauwelijks onderscheid tussen ik en jij. De ervaring van veiligheid en verbondenheid ontstaat juist in de nabijheid van een ander. We hebben de ander nodig om onszelf te leren reguleren, herkennen en uiteindelijk als een eigen persoon te ervaren.


Vanuit die verbondenheid ontwikkelt zich geleidelijk iets anders: het besef dat jij jij bent en ik ik. Dat proces van separatie wordt soms begrepen als afstand nemen of loslaten. Maar psychologisch betekent separatie niet dat verbinding verdwijnt. Het betekent dat het verschil meer mag bestaan.

Ik hoef niet te voelen wat jij voelt om met je verbonden te zijn. Ik hoef jouw behoefte niet over te nemen om er zorg voor te kunnen dragen. Jij mag iets anders willen dan ik. Jij mag een andere ervaring hebben, een ander tempo, een andere grens, een andere waarheid.


Dat kan aanvankelijk bedreigend voelen. Want zolang we sterk gericht zijn op het in stand houden van het wij, kan verschil gemakkelijk worden ervaren als verwijdering. Als jij anders denkt, anders voelt of een andere richting op wilt, kan er iets in ons wakker worden dat zegt: dan raken we elkaar kwijt.


Maar verschil hoeft geen verlies van verbinding te betekenen. Sterker nog: zonder voldoende separatie kan verbinding juist minder werkelijk worden. Als het onderscheid tussen jou en mij vervaagt, weten we uiteindelijk niet meer goed wat van jou is en wat van mij. We passen ons aan, nemen over, voelen voor elkaar en proberen de gezamenlijke ruimte intact te houden. Dan kan verbondenheid van buitenaf warm lijken, terwijl er van binnen steeds minder ruimte is om werkelijk jezelf te zijn.


Het wij hoeft niet te verdwijnen

Misschien is volwassen verbinding daarom niet het steeds opnieuw bevestigen van het wij, maar het vermogen om het ik en het jij meer aanwezig te laten zijn binnen het wij.


Ik kan van je houden zonder te hoeven weten wat jij voelt. Ik kan naast je staan zonder dezelfde keuze te maken. Ik kan jouw grens respecteren zonder die als afwijzing te ervaren, en jij kunt de mijne respecteren zonder dat onze verbinding daardoor minder echt wordt.


Daar ontstaat iets kleurrijkers. Niet omdat we het eindelijk overal over eens zijn, maar omdat er ruimte komt voor verschil. Voor twee werkelijkheden die naast elkaar mogen bestaan. Soms versterken die verschillen elkaar, soms leren ze ons iets en soms ontstaat er juist meer levendigheid doordat jij anders bent dan ik.


Verbinding hoeft niet te betekenen dat we hetzelfde worden. Misschien is werkelijke intimiteit juist het vermogen om dichtbij te blijven terwijl het verschil voelbaar blijft.


Wanneer verschil wél tot een grens leidt

Maar ook hier moeten we oppassen voor een te romantisch beeld van de paradox. Niet iedere tegenstelling kan worden overbrugd door maar lang genoeg aanwezig te blijven.


Sommige waarden botsen werkelijk. Sommige levensrichtingen lopen uiteen. Soms vraagt de ontwikkeling van de een iets wat de ander niet kan of wil dragen. Soms is een grens noodzakelijk omdat het contact, hoe waardevol ook, niet langer goed is voor een van beiden.


De kunst is dan niet om koste wat kost beide waarheden bij elkaar te houden. De kunst is om eerst lang genoeg te kunnen verdragen dat ze allebei waar zijn, zodat we niet vanuit paniek kiezen.

Want als we niet kunnen verdragen dat jij anders bent, zullen we proberen je te veranderen. Als we niet kunnen verdragen dat jij afstand neemt, zullen we proberen je terug te trekken. Als we niet kunnen verdragen dat onze behoeften uiteenlopen, zullen we onszelf aanpassen om de verbinding te behouden. En als we niet kunnen verdragen dat we iemand nodig hebben, kunnen we juist te snel afstand nemen en dat autonomie noemen.


Daarom vraagt verbinding én autonomie om onderscheidingsvermogen. Niet iedere behoefte aan afstand is vrijheid. Niet iedere behoefte aan nabijheid is liefde. Niet iedere grens is gezond en niet iedere toenadering is afhankelijkheid. We moeten steeds opnieuw leren onderscheiden wat ons beweegt.


De neiging om één waarheid te kiezen

Wanneer twee waarheden spanning geven, willen we vaak één ervan ongeldig maken. Als ik van iemand houd, moet ik blijven. Als ik weg wil, zal mijn liefde wel niet echt zijn. Als ik ruimte nodig heb, is de relatie blijkbaar verkeerd. Als ik de ander nodig heb, ben ik blijkbaar niet autonoom.


Dat soort conclusies geven duidelijkheid en lossen tijdelijk een spanning op die we niet goed kunnen verdragen. Maar uiteindelijk maken ze de spanning kleiner door een deel van de werkelijkheid uit te sluiten. Daarmee verliezen we iets wezenlijks: het vermogen om meerdere werkelijkheden tegelijk waar te laten zijn.


Volwassenheid betekent niet dat je nooit meer afhankelijk bent, nooit meer iemand nodig hebt of altijd precies weet waar jouw grens ligt. Het betekent eerder dat je kunt verdragen dat je menselijk bent: dat je tegelijkertijd naar nabijheid en ruimte kunt verlangen, dat je diep geraakt kunt worden door een ander en toch je authentieke zelf kunt blijven, dat liefde en begrenzing soms naast elkaar bestaan.


Niet alles hoeft onmiddellijk tot een conclusie te leiden. Want juist wanneer we te snel concluderen, kan het lijden beginnen: we maken van een levende, complexe ervaring een vaststaand verhaal waar we ons vervolgens aan moeten houden. Dat brengt verstarring en onderdrukking met zich mee.


Ons lichaam weet ‘het’ soms eerder

Juist hier kan belichaamde aanwezigheid iets openen wat analyse niet kan. We kunnen eindeloos nadenken over wat een relatie, vriendschap, familieband, werkverband of keuze voor ons betekent. Maar ondertussen kan ons lichaam iets anders vertellen.


Wat gebeurt er wanneer je jezelf voorstelt dat je dichterbij komt? Wat gebeurt er wanneer je jezelf voorstelt dat je afstand neemt? Waar ontstaat ruimte? Waar komt spanning? Waar wordt je adem vrijer? Waar voel je verdriet, verlangen, opluchting of verkramping?


Dat betekent niet dat iedere lichamelijke reactie automatisch de waarheid spreekt. Ons lichaam draagt ook onze geschiedenis. Vanuit oude ervaringen kunnen we reageren op het heden alsof het verleden opnieuw gebeurt.


Maar wanneer we de innerlijke capaciteit hebben om ons lichaam, onze gevoelens, onze geschiedenis én de werkelijkheid samen waar te nemen, ontstaat er iets wat verder gaat dan een snelle conclusie. Dit is een vorm van onderscheidingsvermogen die ik belichaamd en volwassen zou noemen.


We kunnen voelen wat er is zonder alles wat we voelen meteen te geloven. We kunnen geraakt of getriggerd worden en toch aanwezig blijven bij onszelf.


Soms is kiezen juist een vorm van liefde

Het verdragen van paradox betekent uiteindelijk niet dat we nooit hoeven te kiezen. Soms wordt juist door lang genoeg beide werkelijkheden te dragen duidelijk dat ze niet samen kunnen blijven bestaan in de vorm waarin ze nu bestaan.


Dan vraagt het leven om een keuze. Een grens. Een nee. Een vertrek. Of juist een duidelijke beweging naar de ander toe.


Dat kan pijnlijk zijn, ook wanneer de keuze klopt. Want een juiste keuze hoeft niet de keuze te zijn die niets kost.


Soms betekent trouw zijn aan jezelf dat je iemand teleurstelt. Soms betekent liefde dat je niet langer meegaat in iets wat jou of de ander niet goed doet. Soms betekent autonomie dat je erkent dat je iemand nodig hebt. En soms betekent liefde voor jezelf dat je ophoudt een verbinding in stand te houden die alleen kan bestaan wanneer jij jezelf steeds kleiner maakt.


Een grens kan dan juist verbindend zijn. Niet omdat de verbinding met de ander daardoor gegarandeerd blijft, maar omdat jij jezelf niet langer verlaat.


Dat is misschien een van de minder romantische, maar diepere vormen van liefde: jezelf serieus nemen zonder de ander daarvoor tot vijand te maken.


Een ruimer wij

Misschien groeit een relatie, een vriendschap of welke vorm van verbinding dan ook niet doordat het verschil steeds kleiner wordt. Misschien groeit ze wanneer er genoeg veiligheid ontstaat om het verschil te laten bestaan.


Wanneer jij jij mag zijn en ik ik. Wanneer we elkaar niet hoeven te overtuigen om onszelf te kunnen blijven. Wanneer afstand niet automatisch verlies betekent en nabijheid niet automatisch samensmelting.


Dan ontstaat er een ander soort wij. Een wij dat niet afhankelijk is van voortdurend dezelfde kant op bewegen, maar ruimte heeft voor twee werkelijkheden. Soms lopen die werkelijkheden een tijdlang naast elkaar. Soms raken ze elkaar juist dieper doordat er meer ruimte is. En soms lopen ze uiteen.


Ook dat kan onderdeel zijn van een werkelijke verbinding.


Misschien is dat uiteindelijk wat het betekent om de paradox te verdragen: niet geloven dat alles samen moet kunnen, maar lang genoeg aanwezig blijven om te ontdekken wat werkelijk samen kan bestaan — en wat om een grens, een keuze of een nieuwe vorm vraagt.


Niet te snel beslissen dat één waarheid de andere ongeldig maakt. Niet ieder verschil als bedreiging ervaren. Niet iedere afstand als verlies. En niet iedere verbinding koste wat kost in stand willen houden.


Want soms is de meest verbindende beweging die je kunt maken juist terugkeren naar jezelf.

Niet weg van de ander, maar naar een plek van waaruit jij werkelijk naast de ander kunt staan.


En juist daar kan therapie iets wezenlijks bieden. Niet door voor jou te bepalen wat je moet kiezen, maar door samen te onderzoeken wat er in jou gebeurt wanneer je dichtbij komt, afstand neemt, je grens voelt of jezelf dreigt kwijt te raken. Door aandacht te hebben voor je lichaam, je gevoelens, je geschiedenis én wat er werkelijk gebeurt in het contact, kan er ruimte ontstaan voor een ander soort onderscheidingsvermogen.


Zodat je niet langer hoeft te kiezen tussen jezelf en de ander, maar kunt gaan ervaren wat verbinding voor jou werkelijk betekent — en welke vorm van nabijheid, afstand of begrenzing daarbij past.



Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


bottom of page