Relaties en belichaming
Relationele geletterdheid
We zijn relationele wezens. We leven niet alleen met onszelf, maar voortdurend in verhouding tot anderen. In een gesprek, een vriendschap, een gezin, op het werk, in de liefde. Daar gebeurt veel meer dan wat er wordt gezegd. We voelen iets, passen ons aan, trekken ons terug, worden geraakt, raken geïrriteerd, willen begrepen worden of de ander begrijpen.
Relationele geletterdheid begint voor mij bij kunnen waarnemen wat er in een ontmoeting gebeurt. Bij jezelf én tussen jou en de ander.
Daarvoor is aanwezigheid nodig. Niet als een toestand, waarin je voortdurend volledig aanwezig moet zijn. Ook merken dat je er niet bent, is al aanwezigheid. Je merkt dat je bent afgehaakt, jezelf kwijt bent geraakt of meer bezig bent met de ander dan met jezelf. Op dat moment kun je jezelf uitnodigen terug te komen.
Dat is voor mij belichaming: niet alleen begrijpen wat er gebeurt, maar ook merken hoe het zich in je aandient. Een spanning, een inzinking, irritatie, aantrekking, moeheid, verdriet. Je kunt iets in jezelf voelen zonder ermee samen te vallen. Je hoeft het niet te veranderen en je hoeft er niet meteen iets van te vinden.
Van daaruit kan ook iets veranderen in hoe je de ander ontmoet.
Stel dat iemand iets zegt waar je het totaal niet mee eens bent. Je merkt irritatie. Je kunt die irritatie wegwerken en zeggen: “Ja, ik snap wel wat je bedoelt.” Terwijl je dat helemaal niet bedoelt.
Je kunt ook zeggen: “Goh, ik merk dat ik hier geïrriteerd van raak. Ik zie het echt anders. Wil je me uitleggen wat je met je opmerking bedoelt? Misschien hoor ik je dan anders.”
Niet omdat je eerst van je irritatie af moet. Niet omdat je aardig moet blijven. Maar omdat je werkelijk wilt weten: wie ben jij, dat je dit zo ziet?
Misschien begrijp je elkaar daarna beter. Misschien ook niet. Dan zijn er twee verschillende opvattingen. Ook dat kan er zijn en hoef je niet te bevechten, niet door je te verdedigen naar de ander en ook niet door jezelf te verlaten en met een innerlijk conflict achter te blijven.
Relationele geletterdheid gaat voor mij niet over weten wat je in een bepaalde situatie zou moeten zeggen. Het gaat over transparant kunnen zijn over wat er in de ontmoeting gebeurt, zonder het voor de ander in te vullen.
Als ik iets niet begrijp, kan ik vragen: “Wat bedoel je precies?” Als ik merk dat ik het contact verlies, kan ik zeggen: “Ik ben je kwijt. Wat wil je nu eigenlijk zeggen?” Als iemand mijn bevestiging zoekt, kan ik dat benoemen: “Ik merk dat je graag wilt dat ik dit bevestig, klopt dat?.” Dan hoef ik niet te raden en hoef ik ook niet automatisch te geven waar om gevraagd wordt.
Transparantie betekent niet dat ik alles uitleg of de ander analyseer. Het betekent dat ik zichtbaar durf te maken wat ik zelf opmerk, zodat er werkelijk ontmoeting kan ontstaan.
Ook wat er in mij gebeurt, hoort bij die ontmoeting.
Authenticiteit betekent daarbij niet dat iedere impuls uitgesproken moet worden. Het betekent dat ik mezelf niet vooraf uit de ontmoeting haal om te kunnen voldoen aan wat ik denk dat de ander nodig heeft.
Wanneer de relationele reikwijdte verschilt
Wat als twee mensen niet dezelfde relationele reikwijdte hebben? Als de één gemakkelijker bij zichzelf kan blijven, verschil kan verdragen of kan merken wat er tussen hen gebeurt, terwijl de ander daar minder toegang toe heeft?
Ik schrijf dit niet als een verschil tussen iemand die het goed doet en iemand die het niet kan. Het is geen rangorde en het hoeft ook niet altijd zo te zijn. Maar als zo’n verschil er is, doet het ertoe.
Zeker bij mensen van wie ik houd en met wie ik een afhankelijkheidsrelatie heb. Dan kan ik mezelf groter maken en meer gaan dragen dan van mij is. Ik kan mezelf kleiner maken en mijn eigen reikwijdte verkleinen, zodat ik op het niveau van de ander contact kan maken. Ik kan doen alsof het verschil er niet is. Of de magische gedachte hebben dat ik de ander kan veranderen door zelf steeds bewust aanwezig te zijn, te helpen reguleren en te dragen.
Dat kan allemaal, alleen of het leidt tot meer verbinding, met mezelf inclusief, is de vraag.
Ik hoef het verschil niet op te lossen.
Ik kan erkennen dat mijn relationele capaciteit groter is en voelen wat dat betekent. Ik voel bijvoorbeeld moeheid, merk dat mijn borst wat inzakt en voel contact met verdriet. Ik voel de pijn van het gemis: dat de relationele ontmoeting, de intimiteit, niet kan zijn zoals waar ik naar verlang.
En tegelijkertijd is de ander nog steeds de mens van wie ik kan houden.
Ook dat kan waar zijn. Liefde en gemis. Verbondenheid en verschil. Verlangen naar meer en de werkelijkheid van wat er is.
Ik hoef mijn capaciteit niet kleiner te maken en de ander niet groter. Ik hoef de ander ook niet te veranderen. Ik kan in mezelf ontmoeten wat voor mij waar is.
Innerlijk en buiten
Misschien begint respect daar.
We spreken veel over respect voor de wereld buiten onszelf: voor natuur, dieren, grond, lucht en water. Terecht. Tegelijkertijd vraag ik me af hoe het gesteld is met het landschap ín onszelf. Hoe verhouden we ons tot wat we voelen, tot onze grenzen en verlangens, tot wat we wel en niet kunnen dragen? En hoe voelbaar is dat in de manier waarop we met elkaar omgaan?
Kunnen we verschil verdragen zonder onszelf te verlaten? Kunnen we de ander laten bestaan zonder onszelf kleiner te maken? Kunnen we nabij zijn zonder te overheersen, aan te passen of te verdwijnen?
Voor mij raken daar belichaming, aanwezigheid en respect elkaar.
En daar komt ook de naam The Respect Company vandaan. Respect gaat over de wijze waarop we met onszelf, met elkaar en met het leven omgaan. Company gaat over het samen: over gezamenlijkheid, ontmoeting en verbinding.
Belichaamd leven is voor mij iets om samen te beoefenen. Niet om een betere versie van onszelf te worden, maar om werkelijk aanwezig te zijn in het leven dat we leven en in onze relaties.
Misschien verandert er dan ook buiten ons iets.
Niet omdat we de wereld moeten verbeteren, maar omdat de wereld waarin we samen leven wordt gevormd door hoe wij aanwezig zijn.





Opmerkingen