top of page
Michelle van der Zee Biodynamische Psychologie

Updates

Het leven dat vorm vindt

4 dagen geleden
7 minuten om te lezen

Over Yayoi Kusama en hoe vorm zich ontvouwt


Het waren vooral de kindertekeningen die me bijbleven toen ik door de tentoonstelling van Yayoi Kusama in het Stedelijk Museum Amsterdam liep. Ik was onder de indruk van haar werk, maar voelde ook een grote empathie voor het kind dat erin zichtbaar werd. Haar verbondenheid met de natuur, haar verbeeldingskracht en de omstandigheden waarin ze opgroeide, brachten me bij vragen die verder reiken dan kunst alleen. Vragen over hoe een mens een manier vindt om in de wereld te bestaan, hoe we onszelf beschermen wanneer het leven te veel vraagt en hoe dat wat in ons leeft uiteindelijk een vorm vindt.


Een mens vindt niet alleen een vorm om zich uit te drukken. Een mens vindt ook vormen om te kunnen bestaan.


Ik moest denken aan de opmerkelijke intelligentie waarmee een kind zich aanpast aan zijn omstandigheden. Wanneer de wereld overweldigend is, zoekt een kind naar manieren om verbonden te blijven en de eigen ervaring hanteerbaar te maken. Een rijke innerlijke wereld, een bijzondere gevoeligheid of een uitzonderlijk vermogen om waar te nemen en te verbeelden kan daarin een wezenlijke bron van houvast worden. Wat van buitenaf een eigenaardigheid lijkt, kan van binnenuit een eigen manier zijn om de wereld te ervaren.


Bij Kusama werd de natuur een bron van verwondering en verbondenheid. In haar werk zie ik hoe de ervaring van een groter geheel een eigen beeldtaal kan worden. De stippen, de herhaling, de oneindigheid: afzonderlijke elementen die opgaan in een veelheid, totdat de grens tussen het ene en het andere lijkt te vervagen. Kusama noemt dit self-obliteration: het oplossen van het individuele in een groter geheel.


Ik bleef hangen bij die gedachte. Opgaan in iets dat groter is dan jezelf kan een manier zijn om afstand te vinden tot een werkelijkheid die te rauw is om helemaal toe te laten. Tegelijkertijd kan het een authentieke ervaring van verbondenheid zijn, een besef dat je deel uitmaakt van iets wat je individuele bestaan overstijgt. Die betekenissen hoeven elkaar niet uit te sluiten. In de herhaling van Kusama’s stippen verdwijnt haar individualiteit immers niet. Juist door die herhaling is haar handschrift onmiddellijk herkenbaar. Het universele krijgt een eigen gezicht.


Wat ons beschermt, kan ook de bron worden van wat we de wereld te geven hebben.


Dat vraagt niet om een romantisering van moeilijke omstandigheden, alsof alles wat ons overkomt uiteindelijk ergens goed voor is. Het gaat erom dat een mens geen passief product is van zijn omgeving. We reageren, zoeken, verbeelden, bewegen en scheppen. De vormen die we vinden, worden mede bepaald door onze omstandigheden, maar zijn nooit uitsluitend daartoe te herleiden.


Het ontstaan van leven

Tijdens de tentoonstelling begon ik verschillende motieven met elkaar te verbinden. De plantenwereld, de stippen en netwerken, de fallusvormen en de herhaling riepen bij mij vragen op over cellen, weefsel, voortplanting en de structuren waaruit leven ontstaat. Wat aanvankelijk verschillende onderwerpen lijken, bracht me bij één gedachte die als een rode draad door mijn beleving van het werk liep: het ontstaan en voortbestaan van leven, in samenhang met de dood.


Ik werd opnieuw getroffen door het wonder dat uit het allereerste begin van leven een mens ontstaat. Vanaf de bevruchting komt een ontwikkeling op gang waarin cellen zich delen, differentiëren en organiseren. Er ontstaat een lichaam, met een eigen geschiedenis, een eigen manier van waarnemen en een eigen verhouding tot de wereld. Lang voordat we woorden hebben voor onze ervaringen, is het leven al in beweging.


Die verwondering raakt aan mijn belangstelling voor de biodynamische psychologie en voor de ontwikkeling van de mens vanaf de vroegste levensfasen. In Leven in beweging beschrijft Lenie van Schie de ontwikkeling van de persoonlijkheid vanuit de biodynamische psychologie. Het denken over hoe een mens zich ontwikkelt, hoe we ons tot de wereld verhouden en hoe onze levensenergie zich uitdrukt, loopt als een onderstroom door mijn eigen werk en leven. Het heeft mijn nieuwsgierigheid verdiept naar wat er in een mens in beweging komt, hoe we ons aanpassen en hoe onze eigenheid daarin vorm krijgt.


Vanuit die achtergrond keek ik opnieuw naar Kusama’s werk. De stippen en netwerken deden me denken aan cellulaire structuren, aan de herhaling en organisatie die zo kenmerkend zijn voor levende materie. De planten riepen de groeikracht van de natuur op. En de fallusvormen brachten voortplanting en seksualiteit nadrukkelijk in beeld. Ik vroeg me af of deze motieven, die vaak afzonderlijk worden besproken, ook vanuit een andere samenhang kunnen worden bekeken: als beelden die raken aan de oorsprong, de voortplanting en de voortdurende beweging van het leven.


Ik weet niet of Kusama deze thema’s zelf op die manier met elkaar heeft verbonden. Het is de samenhang die ik in de tentoonstelling begon te zien, en die mijn blik op haar werk heeft veranderd. Leven en dood zijn daarin geen geïsoleerde onderwerpen. Voortplanting hoort er onlosmakelijk bij: het vermogen van leven om zichzelf voort te zetten en nieuwe vormen voort te brengen, terwijl ieder individueel leven eindig is.


Misschien is het juist die combinatie die me zo fascineert. Het leven is tegelijk wonderlijk concreet en nauwelijks te bevatten. Het krijgt vorm in cellen, weefsels en lichamen, en overstijgt tegelijkertijd wat we ervan kunnen begrijpen. We maken er zelf deel van uit, zonder ooit volledig te doorgronden hoe het mogelijk is dat we er zijn.


Levensenergie: tussen expressie en begrenzing

Later in de tentoonstelling veranderde mijn ervaring. De fallusvormen riepen een andere fascinatie op. Ik zag er niet alleen seksualiteit in, maar ook bevruchting, voortplanting en de scheppende kracht van het leven. Het lichaam als oorsprong van nieuw leven, als drager van verlangens en impulsen die zich niet altijd laten vangen in de normen van een tijdperk.


Kusama’s seksuele performances en de beelden van orgieën vond ik daarentegen moeilijk om naar te kijken. Ze riepen een ongemak op dat ik niet onmiddellijk kon duiden. Tegelijkertijd maakten ze me nieuwsgierig naar de kracht die erin zichtbaar wordt: lust, seksualiteit, agressie en de behoefte om uitdrukking te geven aan wat in ons leeft.


Vanuit mijn werk en mijn eigen ervaringen houd ik me al jaren bezig met de manier waarop levensenergie zich manifesteert. Wat gebeurt er wanneer we een impuls uitleven? Wat gebeurt er wanneer we hem inhouden? En wat vraagt het om een intense ervaring te kunnen dragen, zonder haar onmiddellijk te ontladen en zonder haar weg te drukken?


Daar ligt voor mij het onderscheid tussen catharsis en containment. Catharsis verwijst naar ontlading; containment naar het vermogen om een intense ervaring te dragen en erbij aanwezig te blijven. Niet door de kracht ervan te ontkennen, maar door er voldoende ruimte voor te hebben. De impuls mag voelbaar zijn, de energie mag bewegen, terwijl we contact houden met onszelf en met de werkelijkheid waarin we ons bevinden.


Dat vraagt een menselijke maat. We hoeven onze levensdrift niet te temmen tot er niets meer van overblijft, maar evenmin vraagt vrijheid dat iedere impuls onmiddellijk wordt uitgeleefd. Er is een verschil tussen een kracht ervaren en erdoor worden meegesleept. Tussen ruimte innemen en de ander uit het oog verliezen. Tussen intensiteit toelaten en de vorm verliezen die ons in staat stelt die intensiteit te dragen.


In de jaren waarin Kusama haar happenings maakte, werden bestaande seksuele normen en de ongelijke behandeling van vrouwen en mannen nadrukkelijk ter discussie gesteld. Haar werk confronteerde het publiek met de vraag waarom het ene naakte lichaam wel en het andere niet als kunstobject werd getoond. De seksuele uitingen waren daarmee niet alleen persoonlijk of provocerend, maar ook maatschappelijk en politiek geladen. Die context verdient haar eigen plaats naast mijn persoonlijke ervaring van het werk.


Hier moest ik denken aan Roek Lips en Paul Verhaeghe, die ieder vanuit hun eigen ervaring met kanker nadenken over groei, begrenzing en de betekenis van het leven. Hun werk raakt aan vragen die ook mij bezighouden, mede vanuit mijn eigen ervaring met kanker. Die ervaring heeft mijn verhouding tot leven en dood diepgaand beïnvloed en mijn aandacht gevestigd op de kwetsbaarheid van het bestaan, op wat werkelijk van waarde is en op onze verbondenheid met het grotere geheel. Tegelijkertijd heeft ze mijn verlangen verdiept om niet alleen te bestaan, te functioneren of door te gaan, maar werkelijk binnen mijn eigen huid te leven. Wat gebeurt er wanneer groei een doel op zichzelf wordt en de samenhang met het geheel uit beeld verdwijnt? Groei vraagt ook om richting, rijping en begrenzing.


Ik houd van het beeld van oevers waartegen het leven mag schuren. Grenzen hoeven de stroom niet tegen te houden; ze kunnen haar richting en vorm geven. Er is ruimte nodig om te bewegen, te verlangen, te creëren en ons te laten raken. Tegelijkertijd vraagt het leven om het vermogen te voelen wanneer expansie overgaat in uitputting, wanneer expressie omslaat in ontlading en wanneer we de verbinding met onszelf of de ander dreigen te verliezen.


Een eigen vorm in het geheel

Terwijl ik verder keek, keerde ik terug naar de kindertekeningen. Naar het kind dat een eigen manier van waarnemen en verbeelden vond, en naar de kunstenaar die haar beeldtaal ontwikkelde tot een wereld die ook anderen raakt.


In Kusama’s werk zie ik een opmerkelijke paradox. Ze zoekt het oplossen van het individuele in een groter geheel, het vervagen van de grenzen tussen zichzelf en de wereld. Toch heeft juist zij een van de meest herkenbare beeldtalen in de hedendaagse kunst ontwikkeld. De kunstenares die haar individualiteit lijkt te willen laten vervagen, heeft een onmiskenbare eigen signatuur gekregen. Haar verlangen om op te gaan in het oneindige heeft haar niet onzichtbaar gemaakt, maar juist een volstrekt eigen kunstenaarschap opgeleverd.


Mijn eigen weg heeft me steeds meer naar het bewonen van mijn lichaam en mijn leven gebracht. Ik ken de rijkdom van een innerlijke wereld, de verbeeldingskracht en de mogelijkheden die daarin besloten liggen. De wezenlijke beweging is voor mij geweest om daaraan ook in de buitenwereld vorm te geven: mijn lichaam te bewonen, mijn eigen grenzen te ervaren en vanuit mijn eigenheid aanwezig te zijn in de werkelijkheid van alledag. Tijdens mijn kankerperiode werd het belang daarvan bijzonder voelbaar. Niet alleen het leven in mij, maar ook het leven dat ik daadwerkelijk leef, vraagt om ruimte en vorm.


Wat me in Kusama’s werk zo raakt, is hoe het leven een eigen vorm vindt en daarin tegelijkertijd iets zichtbaar maakt wat het individuele overstijgt. Een vorm die onmiskenbaar persoonlijk is en toch deel uitmaakt van een groter geheel. We hoeven onze eigenheid niet te verliezen om ons verbonden te weten met iets wat groter is dan wijzelf.


Ik verliet de tentoonstelling met bewondering voor Kusama’s eigenzinnigheid en met een hernieuwde verwondering over de vele manieren waarop het leven vorm vindt.



Opmerkingen


bottom of page