top of page
Michelle van der Zee Biodynamische Psychologie

Updates

Overgang

  • 6 dagen geleden
  • 4 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 5 dagen geleden

De overgang is geen hormonale kanteling — maar een existentieel kantelpunt

De overgang is in het Westen eindelijk bespreekbaar geworden. Er wordt meer onderzoek gedaan. Meer geschreven. Meer gedeeld — ook publiekelijk. En toch schuurt er iets fundamenteels. Want ondanks alle aandacht blijft de onderliggende visie opvallend beperkt.


Beperkte visie

De overgang wordt nog steeds primair benaderd als een hormonaal probleem, met klachten die gemanaged of opgelost moeten worden. Zelfs waar er meer openheid is, domineren twee beelden:

  • de vrouw als speelbal van haar hormonen

  • de vrouw die zichzelf optimaliseert om “gewoon door te kunnen”

Beiden missen de kern.Niet omdat hormonen geen rol spelen — maar omdat deze benadering een diepgaander proces reduceert tot symptoomniveau.


Evolutiebiologie

Biologisch gezien is de menopauze geen storing, maar een zeldzame, evolutionair behouden levensfase. Binnen de evolutiebiologie wordt dit beschreven in de grandmother hypothesis: het idee dat de menselijke soort mede heeft kunnen floreren doordat vrouwen na hun reproductieve fase een essentiële rol bleven vervullen in zorg, kennisoverdracht en sociale cohesie.

Onderzoek bevestigt dat post-reproductieve vrouwen bijdragen aan de overlevingskansen van volgende generaties — praktisch, sociaal en cultureel. Dat betekent iets fundamenteels: de vrouwelijke waarde stopt niet bij reproductie — ze transformeert.


Neurowetenschap

Ook op hersenniveau is deze fase geen lineaire achteruitgang, maar een proces van reorganisatie.

Onderzoek laat zien dat:

  • de hersenen tijdelijk minder efficiënt glucose gebruiken en overschakelen op alternatieve energiebronnen

  • er veranderingen optreden in connectiviteit (o.a. rond geheugen en emotieregulatie)

  • het stresssysteem gevoeliger wordt door hormonale schommelingen


Dit vertaalt zich in wat vaak “klachten” worden genoemd: cognitieve veranderingen, emotionele intensiteit, slaapverstoring. Maar dit zijn geen losse verstoringen. Het zijn kenmerken van een systeem in transitie.


Er zijn bovendien aanwijzingen dat deze fase gepaard gaat met verhoogde neuroplasticiteit — een herorganiserend vermogen dat nieuwe integratie mogelijk maakt.


De dominante interpretatie — dat dit enkel achteruitgang is — is daarmee onvolledig.


Ontwikkeling en integratie

Psychologisch en existentieel valt deze fase samen met een diep ontwikkelingsmoment.

Carl Jung beschreef de tweede levenshelft al als een wezenlijk andere fase: waar het eerste deel van het leven gericht is op opbouw en aanpassing, ontstaat later een beweging van individuatie — het integreren van delen van onszelf die eerder op de achtergrond bleven.


Ook hedendaags onderzoek naar midlife-transities laat zien dat deze periode gepaard gaat met heroriëntatie op betekenis, waarden en identiteit. Vragen als: Wat is werkelijk van mij? Wat klopt nog? komen nadrukkelijker naar voren.


Er ontstaat een andere beweging:

  • loskomen van externe maatstaven

  • gevoeligheid voor wat niet meer klopt

  • een diepere gerichtheid op innerlijke waarheid


Dit wordt ook biologisch ondersteund: hormonale veranderingen beïnvloeden motivatie en sociale oriëntatie, waardoor de focus verschuift van buiten naar binnen. Het raakt niet alleen aan hoe iemand leeft, maar aan wie iemand is.


Het raakt:

  • relaties

  • werk

  • identiteit

  • het lichaam zelf


En vaak ook oude pijn. Thema’s uit de vroege ontwikkeling — hechting, afstemming, bestaansrecht — worden opnieuw voelbaar. Niet omdat er iets misgaat, maar omdat er minder ruimte is om er omheen te leven. Dat is confronterend. Soms ontwrichtend. Maar precies daar ligt de mogelijkheid tot integratie.


Collectieve ontkenning

En juist daar wordt zichtbaar hoe beperkt onze omgang nog is. Wat ik zie, is dat vrouwen zich in het publieke domein vaak kleiner maken dan nodig is. Het ogenschijnlijk luchtige delen van “hormonale gekte”. Het neerzetten van zichzelf als onvoorspelbaar of overgeleverd aan hun lichaam. Het stoort me. Niet omdat kwetsbaarheid geen plek mag hebben — maar omdat dit geen werkelijke kwetsbaarheid is. Het is reductie. En daarmee verdwijnt precies datgene wat gezien wil worden:

  • de verwarring

  • de rauwheid

  • de desoriëntatie

  • én de potentie


Aan de andere kant zien we het tegenovergestelde: optimalisatie, controle en beheersing. Meer (kracht) trainen, gezonder eten. Supplementen, hormonen, biohacking. De impliciete belofte: je kunt blijven functioneren alsof er niets verandert.


Dat kan ondersteunen. Maar het risico is dat we opnieuw bevestigen dat de norm niet ter discussie staat — en dat aanpassing bij de vrouw ligt. Dat we vasthouden aan wat voorbij is, en daarmee weg bewegen van wat zich aandient.


Antropologie en traditionele systemen

In andere culturele contexten wordt deze fase anders benaderd — als verschuiving in plaats van verlies. Onderzoek laat zien dat postmenopauzale vrouwen in veel samenlevingen meer status en invloed krijgen. Bij jager-verzamelaarsgroepen zoals de Hadza dragen grootmoeders actief bij aan voedselvoorziening en kennisoverdracht. In andere gemeenschappen vervullen oudere vrouwen rollen als raadgevers en hoeders van collectieve kennis.


Ook historisch kregen vrouwen na hun reproductieve fase vaker toegang tot autonomie en leiderschap.


Binnen Ayurveda en de Chinese geneeskunde wordt de overgang gezien als een energetische verschuiving:

  • van expansie naar consolidatie

  • van buiten naar binnen

  • van reproductie naar verfijning van levensenergie


Niet om terug te keren naar wat was, maar om te bewegen met wat ontstaat.


Gebrek aan visie — en een collectieve opgave

Wat ontbreekt is geen informatie, maar visie.


Een visie die:

  • het lijden erkent

  • de biologie serieus neemt

  • de psychologische diepte draagt

  • en de existentiële dimensie niet reduceert


Zonder die visie blijven we hangen in symptoombestrijding of maken we een collectief proces individueel. Terwijl hier iets groters speelt.


Als dit een ontwikkelingsfase is — en alles wijst daarop — dan laten we een enorme bron van ervaring, inzicht en belichaamde wijsheid onbenut. We verwachten lineaire productiviteit waar heroriëntatie plaatsvindt. Stabiliteit waar ontregeling nodig is. Continuïteit waar transformatie gaande is. Dat wringt. En het kost niet alleen vrouwen iets — maar ook de samenleving.


Toe-eigening en richting

Wat verandert er als vrouwen deze fase niet alleen ondergaan, maar zich haar toe-eigenen? Niet als iets wat hen overkomt, maar als een proces waar ze zich bewust toe verhouden. Niet lichter. Wel betekenisvoller.


Hier kan iets ontstaan:

  • een andere verhouding tot werk en tijd

  • een helderder besef van grenzen

  • een diepere vorm van aanwezigheid


Maar deze potentie kan alleen zichtbaar worden als er ruimte is om haar te leven. En die ruimte is er nog nauwelijks.


Herordening

De overgang is geen hormonale hapering. Het is een fase waarin lichaam, brein en bestaan zich herordenen. Dat is niet licht. Niet maakbaar. En niet zonder frictie. Maar ook niet zonder betekenis.

Misschien ligt de werkelijke opgave niet in het oplossen van de overgang, maar in het leren dragen van de vrouw/ mens die we daarin worden — en in het vormgeven van een wereld die haar niet alleen kan dragen, maar haar nodig heeft.



Opmerkingen


bottom of page