top of page
Michelle van der Zee Biodynamische Psychologie

Updates

Autisme en Trauma

  • 23 uur geleden
  • 5 minuten om te lezen

Over autisme, hechting en de kunst van nuance

De laatste jaren lijkt autisme overal te zijn. Op sociale media herkennen mensen zichzelf in lijstjes en filmpjes. Boeken en podcasts bieden nieuwe perspectieven. Professionals spreken steeds vaker over neurodiversiteit. Tegelijkertijd groeit ook de verwarring. Is autisme een stoornis? Een andere manier van zijn? Het gevolg van trauma? Een reactie op een veeleisende samenleving? Of misschien van alles een beetje?


In mijn praktijk zie ik regelmatig mensen die zichzelf deze vragen stellen. Soms hebben zij een diagnose, soms niet. Vaak hebben zij jarenlang geprobeerd te begrijpen waarom zij bepaalde dingen anders ervaren dan de mensen om hen heen. Wat daarbij niet altijd helpt, zijn de snelle antwoorden. Want hoe waardevol een diagnose of verklaring ook kan zijn, geen enkel mens laat zich volledig vangen in een label.


Misschien is het daarom zinvol om eerst stil te staan bij wat autisme eigenlijk is. En ook bij wat het niet is.


Wat verstaan we onder autisme?

Binnen de huidige wetenschap wordt autisme gezien als een neurobiologische ontwikkelingsvariant. In de DSM, het classificatiesysteem dat binnen de geestelijke gezondheidszorg wordt gebruikt, wordt autisme beschreven aan de hand van verschillen in sociale communicatie, sociale interactie en informatieverwerking. Daarnaast kunnen mensen kenmerken hebben zoals een sterke behoefte aan voorspelbaarheid, specifieke interesses, gevoeligheid voor prikkels of een andere manier van waarnemen en verwerken.


Belangrijk daarbij is dat autisme niet wordt gezien als iets dat ontstaat door opvoeding, trauma of een moeilijke jeugd. Het wordt beschouwd als een ontwikkelingsvariant die vanaf het begin van het leven aanwezig is.


Dat betekent overigens niet dat iedereen met autisme hetzelfde is. Integendeel. De verschillen tussen mensen met autisme zijn vaak groter dan de overeenkomsten. Waar de één juist veel behoefte heeft aan contact, trekt de ander zich sneller terug. Waar de één sterk gevoelig is voor geluid of drukte, ervaart de ander vooral uitdagingen in sociale situaties. Autisme kent vele gezichten.


Waarom ontstaat er zoveel verwarring?

Een deel van de verwarring ontstaat doordat sommige kenmerken van autisme ook voorkomen bij mensen die geen autisme hebben.


Iemand die zich regelmatig terugtrekt uit sociale situaties kan autistisch zijn. Maar iemand kan zich ook terugtrekken omdat contact jarenlang onveilig heeft gevoeld. Iemand kan moeite hebben met veranderingen omdat zijn brein behoefte heeft aan voorspelbaarheid, maar ook omdat eerdere ervaringen hebben geleerd dat onverwachte situaties spanning oproepen. Gevoeligheid voor prikkels kan onderdeel zijn van autisme, maar kan ook samenhangen met langdurige overbelasting, stress of ingrijpende levenservaringen.


Wanneer we alleen naar gedrag kijken, kunnen verschillende onderliggende oorzaken daardoor op elkaar lijken.


Dat betekent niet dat autisme en ontwikkelingstrauma hetzelfde zijn. Het betekent wel dat menselijk gedrag vaak complexer is dan de verklaringen die we eraan geven.


De invloed van ontwikkeling en hechting

Wanneer we kijken naar ontwikkelingstrauma verschuift de aandacht van kenmerken naar ontwikkeling. De vraag is dan niet alleen wat iemand doet, maar ook hoe iemand zichzelf heeft leren ervaren in relatie tot anderen en tot de wereld.


Ieder mens ontwikkelt zich binnen relaties. De manier waarop we worden gezien, ontvangen, gerustgesteld, begrensd en ondersteund heeft invloed op hoe wij onszelf leren kennen. Wanneer een kind zich herhaaldelijk moet aanpassen aan omstandigheden die te belastend, te onveilig of te weinig afgestemd zijn, ontstaan vaak patronen die helpen om daarmee om te gaan.


Deze patronen kunnen zichtbaar worden in de manier waarop iemand contact maakt, omgaat met emoties, grenzen ervaart, verantwoordelijkheid draagt of nabijheid beleeft. Ze kunnen ook zichtbaar worden in een sterke behoefte aan controle, moeite met vertrouwen, terugtrekken uit contact of een voortdurend gevoel anders te zijn dan anderen.


Sommige van deze patronen kunnen oppervlakkig gezien lijken op kenmerken die ook bij autisme voorkomen. Toch verwijzen zij naar iets anders. Waar autisme betrekking heeft op een aangeboren manier van waarnemen en verwerken, verwijst ontwikkelingstrauma naar de invloed van ervaringen tijdens de ontwikkeling.


Dat onderscheid is belangrijk, juist omdat de twee gemakkelijk met elkaar worden verward.


Het perspectief van Gabor Maté

Een bekende stem binnen dit gesprek is Gabor Maté. In zijn werk benadrukt hij het belang van vroege ontwikkeling, hechting en de invloed van stressvolle omstandigheden op de mens. Hij heeft veel mensen geholpen om psychisch lijden niet uitsluitend te bekijken als een individueel probleem, maar ook als iets dat ontstaat binnen relaties en maatschappelijke omstandigheden.

Zijn visie heeft echter ook kritiek gekregen, met name waar het autisme betreft. Veel onderzoekers wijzen erop dat er inmiddels overtuigend bewijs bestaat voor genetische en neurobiologische factoren. Vanuit dat perspectief kan autisme niet worden verklaard als een gevolg van trauma of verstoorde hechting.


Misschien hoeven deze perspectieven elkaar niet volledig uit te sluiten. De vraag of autisme aangeboren is, is immers een andere vraag dan hoe iemand met autisme zich ontwikkelt binnen de omstandigheden waarin hij of zij opgroeit.


Een kind kan geboren worden met een bepaalde gevoeligheid, terwijl de omgeving tegelijkertijd grote invloed heeft op hoe die gevoeligheid wordt ontvangen, ondersteund of juist belast.


Autisme en trauma kunnen naast elkaar bestaan

In de praktijk blijkt het onderscheid vaak minder zwart-wit dan de discussies doen vermoeden.

Mensen met autisme kunnen ook ontwikkelingstrauma hebben. Soms juist omdat zij vanaf jonge leeftijd minder goed werden begrepen, zich voortdurend moesten aanpassen of herhaaldelijk het gevoel kregen dat er iets mis was met hen. De pijn die daaruit voortkomt is niet hetzelfde als autisme, maar kan er wel mee verweven raken.


Daardoor kan iemand zowel kenmerken van autisme hebben als patronen die samenhangen met vroegere relationele ervaringen. Het één sluit het ander niet uit.

Juist daarom vraagt werkelijk begrijpen om nuance.


Meer dan een diagnose

Een diagnose kan veel betekenen. Voor sommige mensen brengt zij opluchting. Er ontstaat taal voor ervaringen die jarenlang moeilijk te plaatsen waren. Voor anderen roept een diagnose juist nieuwe vragen op.


Wat een diagnose in ieder geval niet doet, is het volledige verhaal van een mens vertellen.

Ze vertelt niets over de kwaliteit van de relaties waarin iemand opgroeide. Niets over verlies, afwijzing of veerkracht. Niets over de manieren waarop iemand heeft geleerd om met het leven om te gaan. Niets over de unieke geschiedenis die iemand heeft gevormd.


Wanneer we autisme uitsluitend zien als een defect dat gerepareerd moet worden, doen we mensen tekort. Wanneer we autisme reduceren tot trauma of opvoeding, doen we dat eveneens.


Misschien begint werkelijk begrijpen daar waar we bereid zijn de complexiteit te verdragen. Waar we erkennen dat sommige aspecten van ons bestaan aangeboren zijn, terwijl andere ontstaan in relatie tot de mensen en omstandigheden om ons heen.


Want uiteindelijk ontmoeten we geen diagnose.


We ontmoeten een mens.


Een mens met een eigen geschiedenis, eigen gevoeligheden, eigen mogelijkheden en een eigen manier van in de wereld zijn. En misschien is dat wel het belangrijkste uitgangspunt van allemaal.



Opmerkingen


bottom of page