top of page
Michelle van der Zee Biodynamische Psychologie

Updates

In welke diagnose herken jij jezelf?

  • 14 jul
  • 4 minuten om te lezen

Wanneer alles klopt: over herkennen in alle diagnoses

Er is een groep mensen die zich in vrijwel elke beschrijving herkent. Autisme lijkt te passen. Hechtingsproblematiek ook. Co-dependentie klinkt raak. Soms ook hoogbegaafdheid, trauma, ADHD-kenmerken, burn-out of een combinatie daarvan. Elk nieuw kader geeft even een gevoel van herkenning. En tegelijk ook verwarring. Want als alles klopt, wat zegt dat dan eigenlijk?


In gesprekken met cliënten komt dit vaak terug als een soort vermoeidheid. Niet alleen van het leven zelf, maar ook van het zoeken naar de juiste naam. Alsof er ergens één verklaring moet zijn die alles ordent. Eén label dat eindelijk duidelijk maakt: dit ben ik. Maar wat als die zoektocht zelf iets laat zien?


De poging om jezelf te begrijpen

Het is begrijpelijk dat we woorden zoeken. Een diagnose kan richting geven, erkenning bieden en toegang geven tot hulp of begrip. Voor veel mensen is het een opluchting wanneer er een kader komt waarin ervaringen herkenbaar worden. Tegelijkertijd kan er ook iets anders ontstaan. Een soort schuiven tussen spiegels. Je leest over autisme en denkt: ja. Je leest over hechtingsproblemen en denkt opnieuw: ja. Je herkent jezelf in trauma-theorie, in codependentie, in overprikkeling, in perfectionisme, in vermijding, in hyperalertheid. Niet omdat je “alles hebt”, maar omdat menselijke ervaringen vaak overlappende patronen laten zien.


Overlappende taal voor menselijke pijn

Veel psychologische en psychiatrische begrippen beschrijven niet volledig verschillende mensen, maar verschillende perspectieven op menselijk functioneren.


Autisme beschrijft een neurobiologische ontwikkelingsvariant in waarnemen, informatieverwerking en sociale afstemming. Hechtingsproblematiek beschrijft hoe vroege relationele ervaringen doorwerken in nabijheid, vertrouwen en contact. Codependentie beschrijft vaak een manier van in relatie zijn waarin de ander centraal komt te staan, soms ten koste van het eigen gevoel of de eigen grenzen. Traumakaders beschrijven hoe overweldigende of langdurig onveilige ervaringen invloed kunnen hebben op hoe iemand zich in de wereld beweegt.


In het dagelijks leven overlappen deze beschrijvingen elkaar soms in gedrag. Iemand kan zich terugtrekken, zich aanpassen, overmatig analyseren, moeite hebben met nabijheid of juist sterke behoefte hebben aan controle of voorspelbaarheid. Van buitenaf kan dat op verschillende dingen lijken. Maar taal over menselijk functioneren is geen exacte wetenschap. Het zijn pogingen om lagen van ervaring te ordenen.


Wat betekent het als alles past?

Wanneer iemand zich in veel verschillende kaders herkent, is de verleiding groot om te denken: dan heb ik een complex geheel van stoornissen of problemen. Maar er is ook een andere mogelijkheid. Het kan ook betekenen dat het kader zelf niet één-op-één toepasbaar is op een individu. Dat menselijke ontwikkeling geen lineair verhaal is waarin één oorzaak tot één uitkomst leidt. Maar een verweven proces van aanleg, temperament, relaties, omstandigheden, bescherming en aanpassing.

In dat licht kan “alles klopt” iets anders betekenen. Niet dat er iets mis is dat opgesplitst moet worden in losse diagnoses, maar dat er iets in jou heeft geleerd zich op meerdere manieren tegelijk aan te passen. Aan verschillende situaties. Aan verschillende verwachtingen. Aan verschillende vormen van nabijheid en afstand.


De intelligentie van aanpassen

Wat vaak onder labels valt, zijn in wezen manieren van aanpassen. Aanpassen aan te veel prikkels. Aan te weinig afstemming. Aan onvoorspelbaarheid. Aan emotionele afwezigheid. Aan hoge verwachtingen. Aan subtiele of openlijke onveiligheid. Aan een omgeving waarin je moest leren aanvoelen wat er nodig was, soms voordat je het zelf kon voelen.


Aanpassing is niet per definitie pathologisch. Het is vaak precies wat een mens doet om te kunnen blijven functioneren in omstandigheden die niet optimaal zijn.


Maar wanneer aanpassing langdurig wordt, kan het lastig worden om nog te voelen wat oorspronkelijk van jezelf is, en wat ooit een antwoord was op iets buiten jezelf. Dan wordt herkennen in alles ook een vorm van zoeken naar een vaste grond die nog niet ervaren wordt.


Waarom één label vaak niet past

Een diagnose kan helpen om bepaalde patronen te begrijpen. Maar het kan ook gaan functioneren als een eindpunt in plaats van een ingang. Terwijl veel mensen juist niet geholpen zijn met één definitie, maar met het zichtbaar worden van samenhang.


Wat als het niet gaat om kiezen tussen autisme, trauma, hechting of co-dependentie, maar om de vraag: wat vertelt dit geheel over hoe iemand zich heeft leren bewegen in relatie tot zichzelf en de wereld? Dan verschuift de focus van “wat heb ik?” naar “hoe ben ik geworden wie ik nu ben in contact met mijn leven?”


De ruimte tussen de verklaringen

Misschien zit er juist iets belangrijks in de ruimte tussen al die verklaringen. Niet alles hoeft teruggebracht te worden tot één oorzaak. Niet alles hoeft opgesplitst te worden in losse categorieën.


Soms is het precies die gelaagdheid die iets zegt over iemands geschiedenis: over gevoeligheid, over intelligentie, over overleving, over relationele afstemming, over gemis, over kracht.


En misschien ook over iets heel menselijks: de behoefte om eindelijk begrepen te worden zonder jezelf te hoeven verkleinen tot één verhaal.


Tot slot

Wanneer alles lijkt te passen, is de vraag misschien niet: welke diagnose klopt? Maar eerder: wat gebeurt er in mij dat ik mij in zoveel verschillende verhalen herken? En kan ik daar nieuwsgierig naar blijven, zonder meteen te hoeven kiezen? Want uiteindelijk is een mens niet de optelsom van labels. Maar een continu proces van worden, in relatie tot het leven dat geleefd is.



Opmerkingen


bottom of page