Nabij zijn
Je hoeft niet “opgelost” te worden
Er zijn momenten waarop iemand niet zozeer behoefte heeft aan een antwoord, maar aan iemand die kan blijven. Dat klinkt eenvoudig, maar het is misschien wel een van de moeilijkste vormen van nabijheid.
Wanneer iemand verdrietig is, vastloopt of iets vertelt wat moeilijk te verdragen is, ontstaat er gemakkelijk een beweging naar handelen. We willen begrijpen wat er aan de hand is, perspectief bieden, geruststellen, adviseren of iets oplossen. Vaak vanuit betrokkenheid. We zien de ander lijden en willen daar iets tegenover zetten.
Maar niet iedere ervaring vraagt in de eerste plaats om een oplossing. Soms vraagt een ervaring om ruimte. Niet om afstand, maar om de ruimte waarin iets wat nog onduidelijk, tegenstrijdig of pijnlijk is, even mag bestaan zonder onmiddellijk veranderd te hoeven worden.
Wanneer begrijpen te snel komt
Dat verschil wordt zichtbaar in alledaagse gesprekken. Je vertelt iemand dat je iemand mist van wie je tegelijkertijd weet dat de relatie niet goed voor je was. Of je vertelt dat je verdriet hebt om iets wat je zelf ooit bewust hebt losgelaten. Je vertelt dat je ergens naar verlangt en er tegelijkertijd bang voor bent.
De ander wil je helpen en zegt: “Je weet toch dat dit beter voor je is?” Of: “Misschien moet je het gewoon loslaten.” Of: “Je moet jezelf de tijd geven.” Allemaal zinnen die iets waars kunnen bevatten.
En toch kan er iets verloren gaan wanneer we te snel naar die waarheid toe bewegen. Voordat iets begrepen, aanvaard of losgelaten kan worden, moet het soms eerst gevoeld en verdragen kunnen worden. Niet alleen door degene die het ervaart, maar ook door degene die erbij aanwezig is.
Dat vraagt een ander soort vermogen dan het geven van het juiste inzicht. Het vraagt dat je niet meteen hoeft te weten waar iets naartoe moet.
Draagkracht is iets anders dan alles kunnen dragen
In mijn werk denk ik daarom regelmatig na over het begrip draagkracht. Draagkracht betekent voor mij niet dat een therapeut alles moet kunnen verdragen, of dat iemand onbeperkt zijn binnenwereld bij een ander kan neerleggen. Grenzen en onderscheid blijven essentieel.
Draagkracht heeft voor mij eerder te maken met het vermogen om aanwezig te blijven terwijl iets nog niet opgelost is. Om niet meteen in te grijpen wanneer iemand verdrietig wordt. Om niet bang te worden van boosheid. Om niet te hoeven bepalen welk van twee tegenstrijdige gevoelens het “juiste” gevoel is. En om iemand niet te reduceren tot een verklaring voor wat er met haar of hem aan de hand zou zijn.
Dat vraagt ook iets van de therapeut zelf. Je kunt een ander immers maar beperkt begeleiden op plekken waar je zelf onmiddellijk weg wilt van onzekerheid, verdriet of machteloosheid. Soms is het meest behulpzame wat je kunt doen juist: niet méér doen.
De ervaring dat je ervaring er mag zijn
Misschien is dat een subtiel maar belangrijk verschil. Er is een verschil tussen begrepen worden en de ervaring hebben dat je ervaring er mag zijn.
Je kunt iemand volledig begrijpen en diegene toch het gevoel geven dat zij of hij anders zou moeten zijn. En je kunt iemand niet helemaal begrijpen, maar wel diep respecteren voor wat zich in haar of hem afspeelt. Dat laatste kan verrassend bevrijdend zijn.
Wanneer de ander niet voortdurend probeert te bepalen wat jouw ervaring betekent, ontstaat er ruimte om zelf te ontdekken wat die ervaring voor jou betekent. Dat is een van de redenen waarom ik in mijn werk niet alleen geïnteresseerd ben in het verhaal dat iemand over zichzelf vertelt, maar ook in wat er gebeurt terwijl iemand dat verhaal vertelt.
Wat gebeurt er in het contact? Wat merk je in je lichaam wanneer je dit vertelt? Waar houd je je in? Waar ontstaat ruimte? Wat verandert er wanneer er niets van je hoeft te worden gemaakt?
Niet om vervolgens zo snel mogelijk tot een inzicht te komen, maar om iemand steeds meer eigenaar te laten worden van haar of zijn eigen ervaring.
En buiten de therapieruimte?
Therapie kan een plek bieden waar je dit kunt ervaren en onderzoeken. Maar uiteindelijk hebben we voor een gevoel van gedragen worden ook andere mensen nodig: vrienden, geliefden, familie, soms een buur, een collega of iemand die onverwacht belangrijk voor je wordt.
Mensen bij wie je niet voortdurend degene hoeft te zijn die het overzicht heeft. Bij wie je niet alleen welkom bent wanneer je iets te geven hebt. Dat betekent niet dat we van onze vrienden onze therapeuten moeten maken. Integendeel. Een vriendschap wordt niet beter wanneer één persoon voortdurend de ander moet dragen.
Volwassen wederkerigheid betekent wel dat er ruimte is om soms de sterke te zijn en soms degene die het even niet weet. Om te kunnen zeggen: “Ik heb een moeilijke dag,” zonder dat daar meteen een analyse uit hoeft te volgen. Om iemand te kunnen missen zonder dat diegene je terug hoeft te hebben. Om verdrietig te kunnen zijn zonder dat de ander zich verantwoordelijk hoeft te voelen voor het verdwijnen ervan.
En soms betekent nabijheid gewoon dat iemand naast je zit, thee voor je zet of een stukje met je meeloopt, terwijl er niets hoeft te worden opgelost. Misschien is dat minder spectaculair dan veel van wat we tegenwoordig onder verbinding verstaan. Maar het is niet minder diep.
Niet “oplossen”, maar ontmoeten
Hoe meer ik met mensen werk, hoe meer ik denk dat echte ontmoeting juist begint waar onze neiging om iets van de ander te maken wat minder wordt. Niet: hoe krijg ik jou weer beter? Niet: hoe kan ik ervoor zorgen dat jij dit begrijpt? Maar: kan ik hier bij je blijven terwijl jij hier zelf nog middenin zit?
Dat betekent niet dat er nooit iets verandert. Integendeel. Juist wanneer een ervaring niet voortdurend hoeft te worden weggewerkt, kan er iets nieuws ontstaan. Soms komt er vanzelf een inzicht. Soms ontstaat er een keuze. Soms wordt iets duidelijk wat eerder nog niet duidelijk kon worden.
Maar die beweging hoeft niet afgedwongen te worden.
Misschien is dat uiteindelijk wat we elkaar in onze meest menselijke relaties kunnen geven: geen voortdurende beschikbaarheid, geen perfecte woorden en ook geen belofte dat we elkaar van pijn kunnen verlossen. Wel de ervaring dat we het niet helemaal alleen hoeven te dragen.
En misschien is dat soms genoeg om weer iets van ruimte te voelen.
Niet omdat iemand ons heeft “opgelost”, maar omdat iemand bij ons is gebleven terwijl we onszelf opnieuw konden ontmoeten.





Opmerkingen