Belichaamd leven als beoefening
- 7 aug
- 5 minuten om te lezen
Wanneer je leven van buiten klopt, maar van binnen niet zo voelt
Soms ontmoet ik mensen die op het eerste gezicht weinig reden hebben om hulp te zoeken.
Ze hebben een mooi leven opgebouwd. Een fijne relatie, werk waar ze goed in zijn, een gezin, vrienden. Ze zijn intelligent, zelfstandig en gewend om verantwoordelijkheid te nemen. Ze functioneren. Vaak zelfs heel goed.
En toch is er iets.
Een gevoel van onrust. Vermoeidheid. Een leegte die moeilijk te benoemen is. Steeds dezelfde patronen in relaties. Het gevoel voortdurend ‘aan’ te staan. Of juist het verlangen naar iets wat ze niet goed onder woorden kunnen brengen.
Soms zeggen mensen tegen me: “Eigenlijk gaat het toch goed met me?” En dat kan waar zijn. Maar een leven dat van buiten klopt, hoeft niet altijd een leven te zijn waarin je je ook werkelijk thuis voelt.
We kunnen heel goed worden in ons aanpassen
Al vroeg in ons leven ontwikkelen we manieren om ons te verhouden tot wat er om ons heen gebeurt. We leren wat er van ons wordt verwacht. We leren wanneer we ons uitspreken en wanneer we beter kunnen inslikken. We leren zorgen, presteren, sterk zijn, beschikbaar zijn, ons aanpassen of juist afstand houden.
Dat is menselijk. We vinden manieren om ons staande te houden in de wereld en om ons te verbinden met de mensen van wie we afhankelijk zijn. Veel daarvan gebeurt vanzelfsprekend, zonder dat we er bewust voor kiezen.
Ons hele systeem beweegt mee met wat we meemaken. We kunnen ons aanspannen wanneer iets spannend wordt, onze adem inhouden wanneer we geraakt worden, ons terugtrekken wanneer nabijheid te veel voelt, of juist voortdurend beschikbaar blijven voor een ander. Niet omdat we dat bedenken, maar omdat we zo zijn gaan reageren.
En die reacties kunnen heel lang met ons meegaan.
Tot er iets verandert. Een relatie. Een verlies. Een nieuwe levensfase. Een lichaam dat niet meer hetzelfde meewerkt. Of simpelweg het moment waarop je merkt: zo wil ik niet langer leven.
Dan kan er een subtiel verschil ontstaan tussen het leven dat je leidt en het leven dat werkelijk bij je past.
Je weet misschien heel goed wat je zou moeten voelen, willen of doen. Maar tegelijkertijd kan er iets anders in je voelbaar zijn. Je hoofd zegt ja, terwijl je merkt dat je je terugtrekt. Je zegt dat het goed gaat, terwijl je steeds minder werkelijk aanwezig bent. Je weet precies hoe je voor anderen moet zorgen, maar nauwelijks meer wat jij zelf nodig hebt.
Of je hebt juist heel goed geleerd om je eigen behoeften te volgen, maar merkt dat verbinding met anderen steeds ingewikkelder wordt.
Wat zich in ons laat voelen
Belichaming gaat voor mij niet over voortdurend voelen wat er in je lichaam gebeurt. Ook niet over nog beter naar jezelf luisteren, alsof je daarin zou kunnen falen.
Het gaat voor mij over de mogelijkheid om werkelijk aanwezig te zijn bij wat er in jou leeft.
Veel van wat we ervaren komt niet eerst als een gedachte of een duidelijk inzicht. Soms is er eerst een spanning, een samentrekken, een verandering in je ademhaling. Soms merk je dat je naar iemand toe wilt bewegen of juist afstand wilt nemen. Soms is er een gevoel van ruimte, warmte of zachtheid. Soms juist onrust, verkramping of een heel duidelijke impuls om iets wel of niet te doen.
Dat zijn geen losse lichamelijke verschijnselen. Het zijn manieren waarop jij jezelf en de wereld ervaart. En soms komt die ervaring eerder dan het verhaal dat je hoofd ervan maakt.
In therapie kunnen we daar samen ruimte voor maken. Niet om alles meteen te begrijpen of te verklaren, maar om dichter te komen bij wat er werkelijk in jou gebeurt. Juist daar, voorbij het weten, kan iets zichtbaar of voelbaar worden wat lange tijd moeilijk bereikbaar was: een grens, een verlangen, verdriet, angst, een behoefte aan nabijheid. Of misschien juist de ervaring dat iets niet langer hoeft.
Therapie als beoefening
Mijn ervaring is dat therapie niet alleen gaat over herstellen van wat ons is overkomen. Het kan ook een uitnodiging zijn om een andere relatie met het leven te beoefenen.
Een manier van aanwezig zijn waarin je niet voortdurend over jezelf heen hoeft te stappen om verder te kunnen. Waarin je niet alles hoeft te begrijpen om iets serieus te nemen. Waarin je grenzen niet alleen bedenkt, maar ook kunt ervaren. Waarin je ontdekt dat zachtheid niet hetzelfde is als zwakte en dat kracht niet hetzelfde is als jezelf voortdurend bijeenhouden.
En waarin er ruimte ontstaat voor iets wat misschien lange tijd minder beschikbaar was: jezelf werkelijk ontmoeten.
Dat proces verloopt niet lineair. Er is geen punt waarop je ‘klaar’ bent. Belichaming is geen eindpunt, maar iets waar je steeds opnieuw naar kunt terugkeren.
Soms betekent dat rust nemen. Soms een grens voelen en uitspreken. Soms rouwen om iets wat je lang hebt weggeduwd. Soms juist weer verlangen, spelen, creëren of genieten. En soms ontdek je dat je leven al veel meer van jou is dan je dacht, maar dat je het nog niet helemaal durfde te bewonen.
Een leven dat meer van jou wordt
Misschien is dat wel een van de mooiste kanten van therapeutisch werk: dat er gaandeweg minder hoeft te worden toegevoegd en er juist iets kan worden losgelaten. De voortdurende aanpassing, het moeten, de overtuiging dat je eerst iets aan jezelf moet veranderen, voordat je werkelijk mag leven.
Er kan ruimte ontstaan om te zijn wie je bent, mét alles wat daarbij hoort. En om steeds beter te herkennen wat werkelijk bij je past en wat niet meer.
Dat is een beweging die mij al vele jaren bezighoudt: hoe we niet alleen kunnen herstellen van wat ons heeft gevormd, maar ook kunnen onderzoeken hoe we ons leven bewuster, natuurlijker en meer belichaamd kunnen bewonen.
Niet als een nieuw ideaal. Niet als nog een project waarin we onszelf moeten verbeteren. Maar als een beoefening.
Een beoefening van respect voor wat er in ons leeft. Voor onze eigen aard, onze grenzen en verlangens. Voor onze relaties. Voor ons lichaam. Voor het ritme waarin het leven zich ontvouwt.
En misschien is dat uiteindelijk de meest interessante vraag: niet hoe kan ik mezelf veranderen?, maar hoe kan ik dichter komen bij een leven dat werkelijk van mij is?
Als je merkt dat je op een punt bent gekomen waarop je niet langer alleen wilt begrijpen waarom je doet wat je doet, maar wilt onderzoeken hoe je meer vanuit jezelf kunt gaan leven, ben je welkom in mijn praktijk.
We hoeven niet vooraf precies te weten wat er moet veranderen. We kunnen beginnen bij waar je nu bent.





Opmerkingen