Wanneer zelfontwikkeling een nieuw vorm van zelf afwijzing wordt
- 2 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
De subtiele druk om voortdurend aan jezelf te werken
Er was een tijd waarin zelfontwikkeling vooral iets was voor een relatief kleine groep mensen. Tegenwoordig lijkt het bijna een levenshouding geworden. Overal worden we uitgenodigd — of aangespoord — om bewuster, gezonder, succesvoller, rustiger, meer geheeld of meer ontwikkeld te worden. Op zichzelf hoeft daar niets mis mee te zijn.
De menselijke neiging tot groei, verdieping en bewustwording is wezenlijk en levend. Er zit iets natuurlijks in het verlangen om dichter bij jezelf te komen, om vrijer te worden, om meer aanwezig te kunnen zijn in je eigen leven.
En toch gebeurt er iets merkwaardigs.
Steeds vaker lijkt ontwikkeling niet meer voort te komen uit een liefdevolle beweging richting onszelf, maar uit een subtiele ervaring dat we nog niet goed genoeg zijn zoals we nu zijn. Alsof er voortdurend iets verbeterd, geheeld of overstegen moet worden voordat we werkelijk mogen rusten.
Dan wordt zelfontwikkeling ongemerkt een verfijnde vorm van zelf afwijzing.
Wanneer groei een voortdurende opdracht wordt
Veel mensen dragen al van jongs af aan een impliciete ervaring met zich mee dat ze zich moeten aanpassen om verbinding, liefde of veiligheid te behouden. Sommigen leerden sterk te zijn. Anderen juist afgestemd, behulpzaam, verstandig, positief of verantwoordelijk.
Die beweging verdwijnt niet automatisch wanneer iemand “bewust” wordt. Ze kan zich eenvoudig verplaatsen naar een nieuwe laag.
Dan ontstaat er een innerlijke houding waarin zelfs heling een prestatie wordt.
Er moet nóg meer inzicht komen.
Nog meer verwerking.
Nog meer bewustzijn.
Nog meer zachtheid.
Nog meer regulatie.
Nog meer spirituele ontwikkeling.
De buitenkant verandert, maar de onderliggende verhouding tot zichzelf blijft soms verrassend hetzelfde: de ervaring dat men nog ergens moet aankomen, voordat men werkelijk mag ontspannen in het eigen bestaan.
Ook spiritualiteit kan een vorm van controle worden
In veel hedendaagse vormen van spiritualiteit en persoonlijke ontwikkeling ligt sterk de nadruk op bewustzijn, positiviteit, manifestatie, autonomie en verantwoordelijkheid. Dat kan waardevol zijn. Maar soms ontstaat daardoor ook een nauwelijks uitgesproken druk.
Alsof alles maakbaar is wanneer je maar bewust genoeg leeft.
Alsof verdriet, verwarring, afhankelijkheid, rouw, lichamelijke uitputting of relationele pijn tekenen zijn dat iemand “nog iets aan te kijken heeft”.
Maar mens-zijn laat zich niet volledig optimaliseren.
Het leven blijft kwetsbaar, relationeel, veranderlijk en oncontroleerbaar. Geen enkele hoeveelheid bewustzijn voorkomt dat we geraakt worden, verdwalen, rouwen, verlangen of soms tijdelijk niet weten.
Werkelijke ontwikkeling maakt iemand meestal niet perfecter, maar menselijker.
De vermoeidheid van voortdurend met jezelf bezig zijn
Veel mensen zijn moe. Niet alleen van werk, drukte of verantwoordelijkheden, maar ook van het voortdurende innerlijke project dat hun leven geworden is.
Altijd observeren.
Altijd reflecteren.
Altijd verbeteren.
Altijd proberen “de beste versie” van zichzelf te worden.
Er ontstaat dan nauwelijks nog een plek waar iemand eenvoudigweg mag bestaan zonder zichzelf tegelijkertijd te analyseren.
Terwijl juist daar vaak iets wezenlijks begint:niet in het eindeloos bezig zijn met jezelf, maar in het langzaam zachter worden van de strijd tegen wat er al is.
Werkelijke groei is meestal minder spectaculair dan we denken
Diepe ontwikkeling ziet er van buiten vaak helemaal niet groots uit.
Soms betekent het:
eerlijker worden,
begrenzen waar vroeger aanpassing was,
rust toelaten zonder schuldgevoel,
verdriet werkelijk voelen,
minder controle nodig hebben,
aanwezig blijven tijdens ongemak,
jezelf niet voortdurend verlaten om verbonden te blijven met anderen.
Vaak groeit iemand niet door méér te worden, maar juist door iets van de voortdurende inspanning los te laten.
Niet omdat ontwikkeling onbelangrijk is, maar omdat echte groei meestal ontstaat in een klimaat van aanwezigheid in plaats van voortdurende zelfcorrectie.
Misschien begint heling niet bij beter worden
Misschien begint iets wezenlijks juist op het moment dat iemand zichzelf niet langer uitsluitend benadert als een project dat verbeterd moet worden.
Wanneer er ruimte ontstaat om ook het onaffe, het kwetsbare, het menselijke tegemoet te treden zonder onmiddellijke drang het te veranderen.
Niet uit passiviteit.Maar vanuit een andere verhouding.
Een verhouding waarin ontwikkeling niet langer voortkomt uit afwijzing, maar uit aanwezigheid.
Misschien is dat uiteindelijk de meest transformerende beweging:niet voortdurend proberen iemand anders te worden,maar langzaam meer bewonen wie je al bent.





Opmerkingen