top of page
Michelle van der Zee Biodynamische Psychologie

Updates

Spontaniteit

  • 5 dagen geleden
  • 4 minuten om te lezen

Spontaniteit — de beweging van het leven van binnenuit

Soms zeggen mensen in mijn praktijk:

“Ik weet niet meer wat ik voel.”

“Ik kan niet meer spontaan zijn.”

“Alles voelt gecontroleerd.”

“Ik verlang ernaar om vrijer te leven, maar ik weet niet hoe.”


Vaak wordt spontaniteit gezien als iets lichts. Iets speels. Iets extraverts misschien zelfs. Maar in wezen raakt spontaniteit aan iets veel diepers.


Spontaniteit is ons vermogen om van binnenuit te bewegen.

Niet vanuit aanpassing.

Niet vanuit strategie.

Niet vanuit overleving.

Maar vanuit levend contact.


Binnen onder andere NeuroAffective Relational Therapy (NARM) wordt zichtbaar hoe ons natuurlijke vermogen tot spontaniteit diep verbonden is met onze ontwikkeling, onze relaties en ons zenuwstelsel. We worden niet geboren als gesloten systemen. We komen ter wereld met een enorme natuurlijke impuls tot contact, beweging, expressie, nieuwsgierigheid en verbinding. Een baby reikt uit. Beweegt. Reageert. Laat zich voelen. Niet bedacht — maar organisch.


Spontaniteit is in die zin geen trucje of karaktereigenschap.Het is een teken van leven.


Wanneer spontaniteit niet veilig voelde

Veel mensen dragen ervaringen waarin hun natuurlijke beweging niet werkelijk ontvangen kon worden.Misschien was er weinig ruimte voor emoties.Misschien moesten we vroeg afgestemd raken op de behoeften van anderen.Misschien was er onveiligheid, spanning, afwijzing, emotionele afwezigheid of juist overweldiging.Misschien werd levendigheid als “te veel” ervaren.Of werd kwetsbaarheid niet ontmoet.


We leren dan iets essentieels: dat spontaniteit risico kan betekenen. En zo ontstaan beschermingspatronen. Niet omdat er iets mis is met ons, maar omdat we zo intelligent mogelijk geprobeerd hebben te overleven, lief te hebben en afgestemd te blijven op de omgeving waarvan we als kind afhankelijk waren. Iets wat we hier en nu als volwassenen soms nog zo kunnen ervaren, ondanks dat we hier en nu vaak niet meer afhankelijk zijn.

Dat kan zich op veel manieren uiten:

In controle.

Pleasen.

Overmatig denken.

Functioneren.

Jezelf inhouden.

Niet goed voelen wat je wilt.

Moeite met spelen, genieten of vrij bewegen.

Of juist impulsiviteit die eigenlijk een reactie is op innerlijke spanning.


Van buiten kan iemand heel krachtig of succesvol lijken, terwijl er van binnen nauwelijks nog contact is met die spontane levensbeweging. En vaak wordt dat pas merkbaar wanneer we vastlopen. Wanneer het leven leeg begint te voelen. Relaties stroef worden. We signalen krijgen van spanning of uitputting. Of wanneer er een diep verlangen ontstaat naar iets dat echter voelt.


Het verlies van spontaniteit is geen persoonlijk falen

Wat ik in mijn werk vanuit lichaamsgerichte en ontwikkelingsgerichte therapie steeds opnieuw zie, is dat we onszelf vaak veroordelen op het verlies van die levendigheid.


Alsof we “niet spontaan genoeg” zijn geworden.

Te serieus.

Te gespannen.

Te aangepast.

Maar meestal is dat geen tekort. Het is een aanpassing op basis van geschiedenis. Een intelligente manier waarop we ons innerlijk zijn gaan organiseren en relateren als beschermingsreactie.


Vanuit onder andere NARM kijk ik daarin niet alleen naar wat we hebben meegemaakt, maar vooral naar hoe we ons vandaag de dag verhouden tot oude ervaringen. Welke overlevingsstijl ooit noodzakelijk was. En hoe die stijl tegelijkertijd afstand kan creëren tot authenticiteit, contact, vitaliteit en spontaniteit.


Dat gebeurt niet alleen cognitief.

Het leeft in spanning.

In adem.

In onze relaties.

In de mate waarin we voldoende veiligheid, ruimte en contact ervaren om werkelijk aanwezig te zijn.

Want spontaniteit ontstaat niet onder druk. Ze verschijnt wanneer er voldoende veiligheid, ruimte en contact ervaren wordt.


Tijdens een recente NARM-training werd ik opnieuw geraakt door hoe veel levendigheid vrijkomt wanneer we aanwezig kunnen blijven bij ons ‘core conflict’: de plek waar ons diepste verlangen en onze grootste angst elkaar ontmoeten.


Spontaniteit kun je niet forceren

Dat is misschien één van de belangrijkste dingen die ik in therapie zie.

Werkelijke transformatie ontstaat zelden door harder te proberen. Niet door nóg beter je best te doen. Niet door jezelf te optimaliseren. En meestal ook niet door jezelf te dwingen “meer los te laten”.


Spontaniteit laat zich niet afdwingen.Ze ontvouwt zich.

Zoals we ontspannen wanneer we ons veilig genoeg voelen.Zoals adem vanzelf verdiept wanneer controle niet langer nodig is.Zoals een kind spontaan begint te spelen wanneer er werkelijk ruimte is.


Daarom werk ik niet vanuit correctie of fixen.Niet vanuit het idee dat iemand “anders moet worden”.

Mijn aanwezigheid als therapeut is in veel opzichten relationeel en regulerend.Niet sturend, maar afgestemd.Niet gericht op snelle oplossingen, maar op het langzaam hervinden van contact met wat al aanwezig is onder de beschermlagen.


Dat vraagt vertraging.

Nuance.

Belichaming.

En een vorm van aanwezigheid waarin niets geforceerd hoeft te worden.


Vaak begint transformatie juist daar: in het moment waarop iemand merkt dat er niets gepresteerd hoeft te worden. Dat een emotie niet onmiddellijk opgelost hoeft te worden. Dat spanning niet direct weg hoeft. Dat we niet onder druk gezet worden. Vanuit die ervaring kan er langzaam weer beweging ontstaan. Niet omdat we geleerd hebben hoe we spontaan moeten zijn, maar omdat de onderliggende organisatie van bescherming zachter begint te worden.


We liegen daarin zelden tegen onszelf

Veel mensen hebben geleerd hun innerlijke signalen te wantrouwen. Ze leven vooral vanuit het hoofd. Vanuit analyse. Vanuit wat logisch of sociaal wenselijk is. Maar vaak weten we ergens al veel langer wat waar voelt en wat niet. Niet als vijand, maar als richtingaanwijzer.


We weten ergens wanneer iets vernauwt.

Wanneer er geen echte “ja” is.

Wanneer contact veilig voelt.

Wanneer levendigheid terugkeert.


En juist spontaniteit laat zich vaak eerst daar voelen: in kleine microbewegingen van leven.


Een spontanere ademhaling.Een impuls om te lachen.Een grens die ineens voelbaar wordt.Tranen die eindelijk kunnen komen.Meer creativiteit.Meer speelsheid.Meer rust.Meer waarheid.

Niet als performance.Maar als teken dat we weer iets dichter bij onszelf komen.


Werkelijke spontaniteit ontstaat in verbinding

In onze cultuur wordt spontaniteit soms verward met impulsiviteit of “gewoon doen waar je zin in hebt”. Maar diepe spontaniteit ontstaat niet los van relationaliteit. Juist veilige verbinding maakt spontaniteit mogelijk.


We ontspannen in contact. Ons zenuwstelsel reguleert relationeel. We worden gezien, gespiegeld en beïnvloed door de kwaliteit van aanwezigheid om ons heen. Daarom is therapeutische aanwezigheid niet alleen wat een therapeut dóét. Het is ook hoe iemand aanwezig is.


Of er werkelijk geluisterd wordt.

Of er ruimte is voor nuance.

Of iemand zich gevoeld weet zonder gecorrigeerd te worden.

Of we mogen bestaan zoals we nu zijn.


Vanuit die bedding ontstaat vaak iets heel essentieels: de ervaring dat het leven van binnenuit weer mag bewegen. En misschien is dat uiteindelijk waar therapie in de diepste zin over gaat.

Niet over een betere versie van onszelf worden. Maar over het hervinden van contact met de levendigheid die er altijd al was —

onder bescherming,

onder aanpassing,

onder spanning,

wachtend op voldoende veiligheid om opnieuw gevoeld te worden.


 

Opmerkingen


bottom of page