Ouderschap in de sneltrein - over volle agenda's en lege lijven.
- Michelle van der Zee

- 10 sep 2025
- 2 minuten om te lezen
Lieve ouders,
Soms vraag ik me af: welk voorbeeld geef ik mijn kind eigenlijk? We leven in een wereld die doordraait, 24/7, en waar de snelheid vaak als normaal wordt gezien. Natuurlijk, een beetje overlevingsenergie kan geen kwaad. Maar wat leren we onze kinderen als hun dagen zo vol zijn dat er nergens meer een gaatje zit om even te landen?
Ik kijk naar mijn eigen dochter. Het nieuwe schooljaar is nog maar net van start gegaan en haar week zit alweer overvol: een kinderfeestje op maandag, een uitgestelde wandelvierdaagse (vorig schooljaar zat al te vol), zaterdag een slaapānou ja, vooral gƩƩn slaapāfeestje. Plus pianoles, dansles, puppy cursus met haar nieuwe hond, naailes en speeldates, die ik inmiddels heb afgezegd. Hockey hebben we een jaar eerder al laten gaan. Maar toch: nog steeds geen dag om te lummelen, nietsdoen te ontdekken, of gewoon maar wat rond te dwalen.
En dan voel ik in mijn lijf: het gaat hier niet alleen om drukte. Het gaat om iets subtielers. Als we onze kinderen voortdurend bezig houden, leren ze niet alleen dat āmeer beter isā, we leren ze ook hun eigen lichaam te negeren. Want het lijf heeft cycli nodig: spanning Ć©n ontlading, activiteit Ć©n herstel. Zonder dat, raken hoofd, hart en handen uit de pas. Ze kunnen dan nog wel lachen en rennen, maar ergens vanbinnen gaat de energie al in de min.
Wat als vervelen eigenlijk geen gemis is, maar een kans? Als juist in die lege momenten hun verbeelding open gaat, hun lijf kan bijtanken, hun binnenwereld zich laat horen? Als we ze dat niet gunnen, leren we onze kinderen dat er buiten hen altijd iets te halen valt, maar binnenin weinig te vinden is.
Het is geen pleidooi tegen feestjes of clubjes ā ik doe zelf net zo hard mee en zie mijn dochter ook genieten. Maar misschien kunnen we elkaar soms een beetje helpen door niet nóg meer te organiseren, door rust net zo belangrijk te vinden als activiteit. Niet omdat we alles perfect moeten doen, maar omdat onze kinderen mogen leren dat hun lichaam een plek is waar ze thuis kunnen komen, ook als de wereld doordendert. Wij, als de volwassenen, voelen toch zelf ook wat het doet als we ons eigen tempo kwijtraken? Als we ons hoofd, hart en onze handen niet meer samen laten bewegen, maar als een kip zonder kop achter onze agenda aanhollen?
Misschien zit de rijkdom niet in āmeer meemakenā, maar juist in wat we durven laten liggen.
Voor ouders, door ouder(s). Met warmte, mildheid en een vleugje rebellie tegen de sneltrein die ons steeds harder lijkt mee te sleuren.
En als lichaamsgericht therapeut weet ik: spanning bouwt zich op als er geen rustmomenten zijn. Het zenuwstelsel heeft cycli nodig van inspanning en ontspanning, van beweging en verstilling. Alleen zo kunnen kinderen (en wijzelf) energie opbouwen in plaats van uitputten.





Opmerkingen