top of page
Michelle van der Zee Biodynamische Psychologie

Updates

Homeostase

5 dagen geleden
8 minuten om te lezen

Wat helpt ons herstellen?


Over ontregeling, het hervinden van evenwicht en de voorwaarden voor herstel


Er zijn perioden in een mensenleven waarin we onszelf niet meer goed kunnen volgen. We begrijpen wat er gebeurt en hebben toch geen toegang tot de rust die we zoeken. We weten dat we veilig zijn en voelen ons niet zo. We verlangen naar nabijheid en ervaren tegelijkertijd hoe contact ons kan overspoelen. Wat vroeger vanzelf ging, kost moeite. Zelfs wanneer we voldoende tijd hebben gehad om bij te komen, blijkt onze draagkracht kleiner dan voorheen.


We zoeken naar een verklaring en naar manieren om ons vertrouwde evenwicht terug te vinden. Al snel komt dan regulatie in beeld: rust nemen, onze ademhaling beïnvloeden, grenzen bewaken en leren omgaan met spanning. Dat zijn waardevolle mogelijkheden. Toch schuilt er een risico in de gedachte dat herstel vooral een individuele opdracht is, waarvoor we de juiste vaardigheden moeten ontwikkelen.


Want wat gebeurt er wanneer we ontregeld raken? En wat hebben we nodig om niet alleen tot rust te komen, maar ook ons vermogen tot leven, contact en beweging terug te vinden?


Om die vragen te begrijpen, moeten we de mens in zijn geheel bekijken. Onze lichamelijke processen, gevoelens, gedachten, levensgeschiedenis, relaties en omstandigheden beïnvloeden elkaar voortdurend. Herstel is niet uitsluitend iets wat zich in ons afspeelt. Het ontstaat ook in de verhouding tussen onszelf en de wereld waarin we leven.


Ons natuurlijke vermogen om evenwicht te hervinden

Ons leven wordt gedragen door een voortdurend samenspel van lichamelijke processen. Ons zenuwstelsel, hormoonstelsel, immuunsysteem en onze stofwisseling stemmen zich op elkaar af en reageren op veranderingen in en om ons heen. In de fysiologie beschrijft homeostase het vermogen om interne omstandigheden binnen bepaalde grenzen te houden. Allostase verwijst naar de manier waarop ons organisme zich aanpast aan veranderende behoeften en omstandigheden.


Gezondheid betekent daarmee niet dat we voortdurend rustig of in evenwicht zijn. Inspanning, alertheid, verdriet en opwinding horen bij het leven. We hebben juist het vermogen nodig om te veranderen, ons aan te passen en na belasting te herstellen.


Dat vermogen kent grenzen. Langdurige belasting, onvoldoende herstel of een samenspel van lichamelijke, emotionele en sociale factoren kan onze draagkracht beïnvloeden. We slapen slechter, raken vermoeid, worden gevoeliger voor prikkels of merken dat we minder aankunnen dan voorheen. Dat vertelt niet automatisch waardoor onze klachten ontstaan, maar maakt wel duidelijk dat herstel niet losstaat van de omstandigheden waarin we leven.


Ons natuurlijke herstelvermogen heeft voorwaarden nodig. Rust, slaap, voeding en beweging doen ertoe, evenals de verdeling van onze dagelijkse belasting en de ruimte om bij te komen. Herstel is geen opdracht die we volledig naar onze hand kunnen zetten. We kunnen wel bijdragen aan omstandigheden waarin ons vermogen om te herstellen tot zijn recht komt.


Hoe onze ervaringen onze wereld kleuren

We reageren niet alleen op wat er gebeurt, maar ook op de betekenis die een gebeurtenis voor ons heeft. Onze waarneming wordt mede gevormd door eerdere ervaringen, verwachtingen en de toestand waarin we verkeren. In de neurowetenschappen wordt onderzocht hoe onze hersenen signalen uit ons lichaam en de omgeving combineren met verwachtingen om betekenis te geven aan wat we waarnemen.


Wanneer we langdurig onder druk hebben gestaan, slecht slapen of leven met onzekerheid, kan onze gevoeligheid voor nieuwe belasting veranderen. Een kleine verandering kan een grote reactie oproepen, niet noodzakelijk omdat de gebeurtenis zelf zo ingrijpend is, maar omdat er al veel van ons wordt gevraagd.


Ook onze levensgeschiedenis speelt hierin mee. Wat we hebben meegemaakt, beïnvloedt hoe we nabijheid, onzekerheid, conflict en veiligheid ervaren. Een stilte kan voor de een gewoon een stilte zijn en voor de ander een bron van onrust. Dezelfde situatie kan bij verschillende mensen, of bij dezelfde persoon op verschillende momenten, iets heel anders teweegbrengen.


Onze lichamelijke reacties verdienen daarom aandacht, zonder dat we ze onmiddellijk als bewijs voor gevaar of als eenduidige boodschap hoeven te beschouwen. Ze vertellen iets over onze ervaring, maar niet altijd wat die ervaring precies betekent. Om onszelf beter te begrijpen, hebben we zowel aandacht als onderscheidingsvermogen nodig.


Dat geldt ook voor lichaamsbewustzijn. Interoceptie, het waarnemen van signalen uit ons lichaam zoals hartslag, ademhaling, temperatuur en honger, speelt een rol in hoe we onszelf en onze behoeften ervaren. Maar meer voelen betekent niet automatisch dat we onszelf beter begrijpen. We kunnen signalen missen, verkeerd interpreteren of er juist sterk op reageren. Soms helpt het om onze aandacht naar binnen te richten; soms ontstaat er meer ruimte door te bewegen, contact te zoeken of ons opnieuw te verbinden met de wereld om ons heen.


Het gaat niet om het voortdurend controleren of veranderen van onze ervaring, maar om een verhouding ermee te ontwikkelen waarin we kunnen waarnemen, begrijpen en handelen zonder onszelf erin te verliezen.


We ontwikkelen ons in verhouding tot anderen

Vanaf het begin van ons leven zijn we afhankelijk van andere mensen. In de relaties waarin we opgroeien, ervaren we hoe nabijheid, bescherming, beschikbaarheid en verschil gestalte krijgen. Onderzoek naar gehechtheid laat zien dat de kwaliteit en voorspelbaarheid van vroege relaties mede van invloed kunnen zijn op hoe we later met nabijheid en spanning omgaan. Die invloed bepaalt ons niet definitief: we blijven ons ontwikkelen en nieuwe relaties kunnen nieuwe ervaringen mogelijk maken.


Toch kunnen behoeften met elkaar botsen. We verlangen naar verbinding en zijn tegelijkertijd bang die te verliezen. We willen op iemand kunnen vertrouwen, maar vinden het moeilijk ons afhankelijk op te stellen. We passen ons aan om contact te behouden en merken gaandeweg dat er weinig ruimte overblijft voor wat we zelf voelen of nodig hebben.


Dergelijke bewegingen hebben vaak een begrijpelijke geschiedenis. Wat ons ooit hielp om verbinding te behouden of moeilijke omstandigheden te verdragen, kan later onze bewegingsvrijheid beperken. Dat vraagt niet om een oordeel over onszelf, maar om de mogelijkheid te ontdekken welke andere manieren van contact inmiddels beschikbaar zijn.


Hier wordt zichtbaar dat herstel niet uitsluitend een individuele aangelegenheid is. We kunnen veel ontwikkelen in ons vermogen om spanning te dragen, onze behoeften te herkennen en grenzen te stellen. Maar wanneer we leven of werken in omstandigheden die ons voortdurend overvraagt, of in relaties waarin onze grenzen niet worden gerespecteerd, kan zelfregulatie niet alles oplossen. Soms is niet een andere reactie van onszelf nodig, maar een verandering in onze omgeving of in de verhouding waarin we ons bevinden.


Zelfstandigheid en afhankelijkheid zijn daarin geen tegenpolen. We hebben het vermogen nodig om op onszelf te vertrouwen én de vrijheid om op anderen te steunen. Menselijke ontwikkeling vraagt om beide.


Wat we van een ander nodig hebben

De aanwezigheid en het gedrag van anderen beïnvloeden hoe we spanning dragen en ons tot het leven verhouden. Een voorspelbare reactie, een rustige stem of de ervaring dat iemand werkelijk naar ons luistert, kan helpen om iets te dragen wat alleen moeilijker voelt. In de psychologie wordt onder meer gesproken over co-regulatie: processen waarbij mensen elkaar ondersteunen in het omgaan met emoties en lichamelijke activatie.


Dat betekent niet dat een ander ons voortdurend rustig moet maken. Het betekent dat ons vermogen om met spanning om te gaan mede ontstaat en zich verder ontwikkelt in contact. We hoeven niet alles alleen te kunnen om zelfstandig te zijn.


Wat daarbij helpt, is meer dan een kalmerende aanwezigheid. We hebben anderen nodig die betrouwbaar zijn, die woorden en gedrag met elkaar in overeenstemming brengen en die ruimte laten voor onze eigen ervaring. Mensen bij wie we verschil kunnen verdragen, grenzen kunnen aangeven en teleurstelling kunnen uitspreken zonder dat de verbinding onmiddellijk op het spel staat.


Een dergelijke verhouding kan nieuwe ervaringen mogelijk maken. We kunnen ontdekken dat nabijheid niet ten koste hoeft te gaan van onze autonomie, dat een grens niet noodzakelijk tot verlies leidt en dat we ons niet voortdurend hoeven aan te passen om in contact te blijven.

Dat betekent niet dat ieder betekenisvol contact ons onmiddellijk rustiger maakt. Een eerlijk gesprek kan spanning oproepen en tegelijkertijd bijdragen aan helderheid en vertrouwen. Omgekeerd kan een geruststellende ontmoeting prettig voelen zonder dat er iets verandert aan een structureel onveilige of ongelijkwaardige verhouding.


De kwaliteit van contact blijkt daarom niet alleen uit hoe we ons op één moment voelen, maar ook uit wat er in de verhouding over tijd mogelijk wordt. Kunnen we onszelf blijven, kunnen we op elkaar rekenen en is er ruimte voor wederkerigheid?


Herstel ontstaat niet doordat een ander ons leven overneemt, maar doordat we in contact nieuwe mogelijkheden ervaren om onszelf en de ander tegemoet te treden.


Wanneer regulatie niet genoeg is

Regulatieoefeningen kunnen helpen om spanning te verdragen en na activatie weer tot rust te komen. Maar een rustiger moment is niet hetzelfde als herstel. Wie uitgeput is geraakt, heeft mogelijk ook slaap, passende voeding, tijd of een andere verdeling van dagelijkse activiteiten nodig. Wie voortdurend onder druk staat, heeft niet alleen vaardigheden nodig om die druk te verdragen, maar ook ruimte om de belasting te verminderen.


Bovendien kan het werken aan herstel zelf een nieuwe opdracht worden. Wanneer we iedere lichamelijke reactie onmiddellijk willen corrigeren, raken we steeds sterker gericht op de vraag of het wel goed gaat. We controleren of we rustiger worden, beoordelen onze vooruitgang en zoeken naar de juiste oefening. Wat bedoeld was om ruimte te geven, wordt dan een nieuwe maatstaf waaraan we onszelf toetsen.


Het gaat er niet om regulatie minder belangrijk te maken, maar om te onderscheiden wat een situatie werkelijk vraagt. Soms helpt het om een ervaring toe te laten; soms is rust nodig, soms beweging, steun of een verandering in omstandigheden. Niet iedere onrust hoeft te verdwijnen en niet iedere onrust moet worden verdragen.


Herstel vraagt om het vermogen om met onze ervaring om te gaan, maar ook om aandacht voor de werkelijkheid waarin die ervaring ontstaat. Wanneer we uitsluitend proberen onszelf te veranderen, kunnen we voorbijgaan aan wat ons uitput, welke verhoudingen ons beïnvloeden en wat er daadwerkelijk anders moet.


Herstel als ruimte om te leven

In mijn werk als lichaamsgericht therapeut ontmoet ik mensen in de complexiteit van hun leven. Ik ben geïnteresseerd in wat zij ervaren, in de manieren waarop zij zich tot zichzelf en anderen verhouden en in wat hun mogelijkheden om het leven te bewonen vergroot of beperkt.


Soms ontstaat er ruimte wanneer iemand een lichamelijke reactie beter leert verstaan. Soms door een andere ervaring van contact, het stellen van een grens of het erkennen van verdriet. Ook kan er iets veranderen wanneer iemand onder ogen ziet wat niet te veranderen is, of ontdekt dat een vertrouwde manier van omgaan met het leven niet meer voldoende recht doet aan wie diegene geworden is.


Geen van deze ingangen staat op zichzelf. Onze lichamelijke conditie, persoonlijke geschiedenis, relaties en huidige omstandigheden maken allemaal deel uit van onze ervaring. De mens als geheel ontmoeten vraagt om aandacht voor die samenhang, zonder vooraf te bepalen waar de verklaring of de oplossing moet liggen.


Herstel betekent voor mij dan ook meer dan het vermogen om tot rust te komen. Het gaat om de mogelijkheid om te voelen, te bewegen, te verlangen, grenzen te stellen, steun te ontvangen en het leven vorm te geven op een manier die beter aansluit bij wie we zijn en wat er voor ons toe doet.


Daarvoor hebben we kennis en aandacht nodig, maar ook passende omstandigheden en mensen met wie we ons kunnen verhouden zonder onszelf te verliezen. We hebben het vermogen nodig om op eigen benen te staan én de vrijheid om gedragen te worden wanneer dat nodig is.


Herstel krijgt ruimte wanneer we niet alleen onderzoeken hoe we onszelf beter kunnen verstaan en ondersteunen, maar ook aandacht hebben voor wat het leven van ons vraagt, wat we daarin nodig hebben en wat we met elkaar mogelijk kunnen maken.



Opmerkingen


bottom of page