top of page
Michelle van der Zee Biodynamische Psychologie

Updates

Het risico van werkelijk leven

6 sep
5 minuten om te lezen

Aanwezig zijn in je eigen leven

Over liefde, verlangen, verlies en de moed om je te laten raken

Sommige boeken lees je met je verstand. Andere boeken blijven ergens anders hangen. Risking Everything van Roger Housden is een verzameling gedichten over liefde en openbaring, met werk van onder anderen Mary Oliver, Rumi, Rilke, Emily Dickinson en David Whyte. Het is een boek dat niet zozeer iets probeert uit te leggen, maar je uitnodigt om stil te staan bij wat het betekent om werkelijk aanwezig te zijn in je eigen leven.


De titel bleef bij mij hangen: Risking Everything. Alles riskeren. Het klinkt groot, misschien zelfs roekeloos. Maar hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik het zie als iets veel eenvoudigers en tegelijkertijd veel wezenlijkers: bereid zijn om werkelijk deel te nemen aan je eigen leven.


Want leven betekent dat je geraakt kunt worden. Door liefde, door verlies, door verlangen, door schoonheid, door een ontmoeting die iets in je wakker maakt waarvan je niet wist dat het daar nog was. Wie werkelijk leeft, kan zich niet volledig vrijwaren van wat het leven met je doet. Liefhebben betekent dat iemand belangrijk voor je kan worden en dat je daarmee ook iets te verliezen hebt. Verlangen betekent dat je je laat bewegen door iets wat er nog niet is. En werkelijk aanwezig zijn betekent dat je niet van tevoren kunt weten wat een ontmoeting met je zal doen. Dat is misschien het risico waar Housden op doelt. Niet het risico van roekeloosheid, maar van ontvankelijkheid.


Mary Oliver stelt in een van haar gedichten de vraag: “Are you breathing just a little, and calling it a life?” Het is een zin die bij mij blijft. Niet omdat hij oproept om meer uit het leven te halen, alsof het leven een project is dat maximaal benut moet worden, maar omdat hij een veel ongemakkelijkere vraag stelt: hoeveel van jezelf is er eigenlijk aanwezig in het leven dat je leeft?


Je kunt een leven leiden dat er van buitenaf volkomen goed uitziet en toch ergens onderweg steeds minder werkelijk betrokken zijn geraakt bij wat je voelt, verlangt, liefhebt of belangrijk vindt. Je kunt veel weten over jezelf en toch vooral zijn gaan leven vanuit wat je aankunt, wat verstandig is, wat van je verwacht wordt of wat je inmiddels zo goed beheerst dat het geen beroep meer op je doet. Het is een leven waarin de mogelijkheid om geraakt te worden steeds kleiner wordt.


Misschien doen we dat niet omdat we niet willen leven, maar omdat leven soms veel vraagt. Wie veel heeft meegemaakt, weet dat openheid niet alleen mooi is. Liefde kan pijn doen. Verlies kan alles wat vanzelfsprekend leek veranderen. Een verlangen kan je op een plek brengen waar je jezelf niet meer helemaal herkent. Een ontmoeting kan iets zichtbaar maken waarvoor je nog geen antwoord hebt. Het vraagt draagkracht om daarin aanwezig te blijven.


Niet de draagkracht om alles onder controle te houden, maar de mogelijkheid om iets niet onmiddellijk te hoeven oplossen, begrijpen of vastleggen. Om geraakt te kunnen worden zonder meteen te hoeven weten wat je ermee moet. Om onzekerheid te verdragen wanneer iets in beweging komt. Om niet automatisch terug te keren naar het bekende zodra het onbekende zich aandient. Dat vind ik een van de diepste betekenissen van risking everything: dat je jezelf niet voortdurend beschermt tegen de ervaring dat je leven je werkelijk kan raken.


Ook liefde vraagt dat van ons. Niet alleen romantische liefde, maar iedere vorm van liefde waarin iets of iemand werkelijk betekenis voor ons krijgt. Zodra iets ons dierbaar is, zijn we niet meer onaantastbaar. We kunnen verliezen. We kunnen teleurgesteld worden. We kunnen veranderen. We kunnen niet volledig dezelfde persoon blijven die we waren voordat we liefhadden. Dat is geen tekortkoming van liefde. Het is haar werkelijkheid.


Misschien geldt hetzelfde voor verlangen. We spreken er vaak over alsof verlangen iets is wat vervuld moet worden. Maar verlangen kan ook iets anders zijn: een beweging naar het leven. Het vertelt niet altijd wat we moeten doen en heeft niet altijd een duidelijk doel. Soms maakt het alleen voelbaar dat het huidige niet meer voldoende is. Dat er iets in ons leeft dat nog geen vorm heeft gevonden.


Juist daar is het verleidelijk om snel betekenis te geven. Om te willen weten wat het betekent, waar het vandaan komt, wat je ermee moet. Terwijl er soms eerst iets anders nodig is: blijven bij wat er werkelijk wordt ervaren.


Dat is ook wat poëzie kan doen. Een goed gedicht sluit een ervaring niet af met een conclusie. Het laat iets open. Het kan een beeld, een regel of een ritme geven aan iets wat al langer in je aanwezig was, zonder het daarmee volledig te verklaren. Misschien is dat waarom poëzie soms zo diep kan binnenkomen: ze neemt de ervaring serieus zonder haar kleiner te maken door haar onmiddellijk te definiëren.


En misschien raakt dat aan iets wat ik in mijn werk steeds opnieuw zie. Een mens is niet alleen het verhaal dat hij over zichzelf kan vertellen. Er is een veel groter gebied waarin ervaring, gevoel, denken, herinnering, verlangen, waarnemen en lichamelijk aanwezig zijn voortdurend met elkaar verweven zijn. Veel van wat ons leven bepaalt, laat zich niet eerst netjes begrijpen om daarna pas ervaren te worden. Soms ontstaat inzicht juist doordat we ergens werkelijk bij aanwezig kunnen blijven. Dat vraagt niet alleen nieuwsgierigheid naar jezelf, maar ook de bereidheid om niet alles al te weten.


Er zijn ervaringen die pas betekenis krijgen doordat we ze aangaan. Doordat we liefhebben. Doordat we verliezen. Doordat we ons uitspreken. Doordat we iemand werkelijk ontmoeten. Doordat we ergens blijven waar we vroeger misschien zouden zijn weggegaan. Doordat we toelaten dat iets ons verandert.


Een ontmoeting kan daarin iets wezenlijks doen. Niet omdat de ander een antwoord voor je heeft, maar omdat er tussen mensen iets kan ontstaan wat alleen in contact zichtbaar wordt. Een andere ervaring van jezelf. Meer ruimte. Meer vrijheid. Een beweging die eerder niet mogelijk leek.

Daarvoor is aanwezigheid nodig. En draagkracht: de mogelijkheid om je te laten raken zonder jezelf kwijt te raken, om geraakt te worden en toch bij jezelf te blijven. Om niet precies te weten waar iets naartoe gaat en toch aanwezig te blijven bij wat zich ontvouwt.


Daar zit voor mij ook de wijsheid van deze bundel. De gedichten vertellen niet hoe we moeten leven. Ze brengen je dichter bij de ervaring dat leven zelf iets van je vraagt: dat we soms moeten durven verliezen wat we zorgvuldig hebben opgebouwd, dat liefde ons niet alleen gelukkig maakt maar ons ook kwetsbaar maakt, dat verlangen niet altijd opgelost hoeft te worden, dat schoonheid ons kan stilzetten, dat verdriet niet iets is wat we zo snel mogelijk achter ons hoeven te laten, en dat er momenten zijn waarop het leven ons vraagt om niet langer aan de kant te blijven staan.


Misschien is dat uiteindelijk wat Risking Everything voor mij betekent: niet alles onder controle hebben, maar bereid zijn om werkelijk geraakt te worden door wat ertoe doet. Niet alleen een leven leiden dat klopt, maar een leven waarin iets op het spel mag staan.


Want misschien is dat de paradox: dat we onszelf soms proberen te beschermen tegen alles wat pijn kan doen, terwijl we ons daarmee ongemerkt ook beschermen tegen datgene wat het leven vol maakt.


De vraag van Mary Oliver blijft dan misschien nog even bij me: “Are you breathing just a little, and calling it a life?” Misschien is werkelijk leven niet dat je nergens meer bang voor bent. Misschien is het dat je, ondanks wat je weet over verlies, kwetsbaarheid en onzekerheid, bereid blijft om je te laten raken, om lief te hebben, om te verlangen en om aanwezig te zijn in je (mijn) eigen leven.



Opmerkingen


bottom of page