Grensoverschrijdend Gedrag
- Michelle van der Zee
- 9 nov 2025
- 4 minuten om te lezen
Grensoverschrijdend gedrag – de diepere dynamiek achter een collectief thema
We horen het steeds vaker: grensoverschrijdend gedrag. In de sport, in de politiek, in relaties, in zorg en onderwijs. Het lijkt alsof we eindelijk zien wat er al die tijd onder de oppervlakte speelde.
We herkennen de vele vormen:
de collega die te dichtbij staat,
de partner die dreigend zwijgt of juist met stemverheffing spreekt,
het gesprek waarin sprake is van subtiele of sterkere manipulatie,
het aanraken dat niet gevraagd is,
het gebruik van geweld, emotioneel of fysiek.
We weten intussen vrij goed wat grensoverschrijdend gedrag ís. Toch blijft één vraag open: waarom weten we zoveel, maar voelen we zo weinig? Waarom worden grenzen — persoonlijk, relationeel, collectief — nog zo vaak vervaagd, verward of overschreden?
Gedrag is het zichtbare topje van een dieper proces
In het publieke gesprek spreken we vooral over gedrag: wat iemand deed, wat iemand naliet, wie dader is en wie slachtoffer. Maar gedrag is slechts het topje van een veel diepere dynamiek.
Wie grenzen overschrijdt, is vaak het contact kwijt met zijn eigen binnenwereld. En wie het laat gebeuren, heeft vaak ooit geleerd zichzelf te verlaten om te kunnen overleven. Wanneer het zenuwstelsel te vroeg of te vaak overspoeld is geraakt, wordt ‘aanwezig blijven’ onveilig. Het lichaam gaat dan in overlevingsmodus: bevriezen, aanpassen, pleasen of verdoven. In die staat kunnen we niet goed voelen waar wij ophouden en de ander begint.
Wat later in het leven ‘grensoverschrijding’ lijkt, is dan vaak een herhaling van een oud patroon — niet omdat iemand dat wil, maar omdat het lichaam het nog steeds aanstuurt.
Wat er gebeurt bij mensen die vroeg grenzen hebben moeten loslaten
Voor wie in de jeugd te maken kreeg met grensoverschrijding — emotioneel, fysiek of systemisch — is het thema ‘grens’ niet vanzelfsprekend. Wat ooit onveilig was, wordt paradoxaal genoeg vertrouwd. De lichaamstaal van spanning, dreiging of afhankelijkheid is bekend terrein; veiligheid voelt soms juist onwennig. Loyaliteit speelt hierin een grote rol.
Als kind zijn we radicaal loyaal aan onze ouders, zelfs als die ons pijn doen of tekortdoen. We leren de ander begrijpen, goedpraten, vergeven — want onze overleving hangt af van de relatie, niet van de waarheid. Die reflex blijft vaak onbewust actief op volwassen leeftijd.
We zien het goede in de ander, minimaliseren wat pijn doet, nemen te veel verantwoordelijkheid, en noemen dat empathie, begrip of volwassenheid. Maar onder die zachtheid schuilt vaak een oud mechanisme: de onmogelijkheid om te erkennen dat iets niet oké is, omdat dat ooit te pijnlijk was om te voelen.
Zo ontstaat een blinde vlek voor grensoverschrijding. We voelen wel dat er iets niet klopt, maar het lichaam kent de taal van ‘nee’ niet meer. De alertheid die er ooit had moeten zijn, is vervangen door aanpassing. En zo herhalen we in volwassen relaties — intiem, professioneel, vriendschappelijk — het patroon van te veel geven, te weinig voelen, te laat grenzen trekken.
Een cultuur die vervreemdt van gevoel
Tegelijkertijd leven we in een cultuur die die patronen versterkt. We waarderen snelheid, prestaties, rationaliteit. We communiceren in meningen, niet in gevoelens. Het lichaam is vooral een voertuig dat moet functioneren — niet een levend instrument van waarneming en wijsheid. Er is weinig ruimte om te vertragen, te voelen, te laten bezinken. En precies daar, in dat collectieve gebrek aan grond, ontstaan de omstandigheden voor grensvervaging. Wie niet in zijn lichaam is, kan de grens van een ander niet aanvoelen. Wie niet kan voelen, kan niet afstemmen. En wie niet afstemt, botst.
Van schuld naar bewustzijn
Grensoverschrijding vraagt zonder twijfel om bescherming en rechtvaardigheid. Maar als we willen begrijpen hoe herstel mogelijk wordt, moeten we verder kijken dan schuld.
De vraag is niet alleen: Wie deed wat verkeerd?
maar ook:
Waar is het contact verbroken?
Wat werd er niet gevoeld, niet gehoord, niet gezien — in dit lichaam, in deze relatie, in deze samenleving?
Grensoverschrijding gaat niet enkel over macht of intentie, maar over de mate van regulatie in het zenuwstelsel — individueel én collectief. Over mensen die te ver naar voren leunen, omdat ze zichzelf niet meer voelen, en mensen die te ver naar achteren wijken omdat hun “nee” verstomd is geraakt. Zonder die blik blijven we hangen in oordelen, terwijl juist bewustzijn de voorwaarde is voor verandering.
Wat herstel vraagt
Herstel begint niet bij striktere regels, maar bij een opnieuw leren afstemmen — met onszelf en met elkaar. Dat vraagt vertraging. Adem. Een terugkeer naar het lichaam als kompas. Een grens is geen muur, maar een huid: levend, voelend, doorlaatbaar. Wanneer we onze grenzen weer van binnenuit gaan voelen, ontstaat vanzelf de ruimte waarin respect en nabijheid elkaar kunnen ontmoeten. Herstel betekent dan niet afstand, maar aanwezigheid. Niet hardheid, maar helderheid. En de moed om te voelen wat vroeger te pijnlijk was — zodat we vandaag niet meer hoeven herhalen wat ooit nodig was om te overleven.
De echte vraag
De vraag is dus niet langer: Wat is grensoverschrijdend gedrag? Die definitie kennen we inmiddels.
De wezenlijke vraag is: Hoe kunnen we zó verbonden raken met onszelf, dat we de grens niet hoeven te handhaven, maar eenvoudigweg voelen waar respect begint en eindigt?
#grensoverschrijding #belichaming #vertraging #lichaamsgerichtetherapie #traumaheling #narm #biodynamischepsychologie #ayurveda

