Wanneer iets in jou geboren is, maar nog niet naar buiten wil
- Michelle van der Zee

- 13 minuten geleden
- 3 minuten om te lezen
Volwassen wording, individuatie, spirituele verdieping, het belichamen van onze essentie en de symboliek van Maria Lichtmis
Er zijn momenten waarop iets in een mens geboren wordt. Niet als een goed idee. Niet als een rationeel besluit om het nu allemaal anders te gaan doen. Maar als iets dat zich al een tijd van binnen heeft voltrokken.
Een proces dat voorafging — een lange winter misschien, een periode van dragen, van innerlijk werk, van uithouden, van trouw blijven terwijl je het nog niet kon laten zien.
Ik herken dit ritme en deze cyclus ook in mijn eigen leven — en telkens weer zie ik hoe precies ditzelfde moment terugkomt bij mensen in mijn therapiepraktijk. Die fase van niet-weten ligt dan grotendeels achter je.
Je hébt jezelf al ontmoet. Dat wat lang verborgen was, is voelbaar aanwezig geraakt. Nog wat onwennig. Nog kwetsbaar. Soms trekt het zich even terug. Maar het is er.
De symboliek van Maria Lichtmis raakt voor mij precies dit moment. Niet het ‘zwanger’ zijn, en ook niet het volle naar-buiten-treden. Maar de tijd ertussen — de ‘kraamtijd’. De periode waarin wat geboren is mag landen, hechten, eigen worden. Niet omdat het onzeker is, maar omdat het van diep komt.
Wat hier verschijnt, komt niet uit de oppervlakte van ons leven, maar uit onze diepte. Uit onze essentie. Uit dat deel van ons dat niet gevormd is door aanpassing, maar door waarheid. En ja — dat is spectaculair, om eerlijk te zijn. Alleen niet op de manier waarop we dat woord meestal gebruiken.
Het is geen prestatie. Geen hoogtepunt. Maar het resultaat van een moedig proces dat eraan voorafging — en minstens zoveel moed vraagt om er nu dichtbij te blijven. Juist dát maakt het groot.
We verwarren grootsheid vaak met zichtbaarheid. Met succes, met intensiteit, met extase. Maar wat werkelijk gewicht heeft, is zelden luid. Het is stil, geconcentreerd, aanwezig. Het leeft eerst inwendig, voordat het zich naar buiten beweegt. Niet als prestatie, maar als belichaamde realiteit.
Zoals je een pasgeboren kind niet meteen blootstelt aan alles wat de wereld te bieden heeft. Niet uit angst — maar uit zorgvuldigheid. Omdat wat net geboren is, eerst mag landen. Omdat begrenzing hier geen beperking is, maar een vorm van liefde.
Voor veel mensen is precies dit het moeilijkste deel. We hebben vaak al jong geleerd ons aan te passen. Te voelen wat er nodig was. Te dragen wat eigenlijk te groot was. Soms betekende dat volwassen worden vóór onze tijd — parentificatie, verantwoordelijkheden die niet bij onze leeftijd pasten. Maar dit stopt niet bij het kind van vroeger.
Ook als volwassene kunnen we onszelf te snel naar buiten brengen. Te snel beschikbaar maken. Te snel uitleggen, delen, functioneren. Niet omdat we dat willen, maar omdat het oud en vertrouwd voelt. Omdat wachten, beschermen, begrenzen ooit geen optie was.
En juist in het proces van verdere volwassen wording — individuatie, spirituele verdieping, het belichamen van onze essentie — komt dit thema opnieuw op tafel. Niet als regressie, maar als verfijning.
Hier gaat het niet alleen om psychische of lichamelijke verandering. En ook niet alleen om energie of bewustzijn. Het gaat om een ruimere versie van jezelf worden. Een grotere bandbreedte. Meer innerlijke ruimte. Meer draagkracht om tegelijk zacht én krachtig te zijn. Om oude ervaringen te integreren in wie je nu bent, zonder erin te verdwijnen of ze te hoeven overstijgen.
Dat is groots.
En kwetsbaar.
En vraagt bescherming.
Maria Lichtmis herinnert ons eraan dat wat waarachtig is, tijd nodig heeft om verankerd te raken. Om gezond begrensd te worden. Om werkelijk eigen te worden voordat het gedeeld wordt. Niet om het binnen te houden, maar om het niet te verliezen.
Misschien is dat het licht van deze dag. Niet het licht dat alles zichtbaar maakt, maar het licht dat zegt: blijf dichtbij. Niet omdat het te klein is. Maar omdat het te wezenlijk is.





Opmerkingen