Updates

Gevangen of vrij?

Soms voel ik het allebei, net niet, tegelijk. En precies in die ‘net niet tijd’ is het als het moment tussen een in- en uitademing. Een heel essentieel en vaak onderschat moment.

Je kunt het ook een soort tussenruimte noemen. Het is een moment van stilte, een moment van ogenschijnlijk niets. Een rustpunt.

Het ‘net niet moment’ bevat volgens mij iets wezenlijks. De inademing bestaat niet zonder de uitademing. Het ‘net niet moment’ is de verbindende factor waardoor het een ademhaling heet. Als je de in- en uitademing met elkaar verbindt tot ademen is het een ingenieus geheel; het houdt ons namelijk in leven.

Het onderzoeken van mijn gevoel van vrij zijn en mijn gevoel van gevangen zijn, met name in deze tijd, brengt mij steeds meer nieuwsgierigheid naar dit ‘net niet moment’. Het is alsof ik daarmee een sleutel in handen heb, waarmee ik een perspectief open dat voorbij gaat aan de tweestrijd van gevangen zijn of vrij zijn.

Een sleutel die toegang geeft tot een andere ingang.

De ‘net niet tijd’ als overgang naar het onbekende. Een ingang buiten dat wat zich in mijn bewustzijn bevindt. Een plek waarvan ik nog geen idee heb. Een wereld van niet weten. Alle ideeën overstijgend.

Dit is als een nieuwe grond, een vruchtbare bodem. Dit is een plek van groei. Het hek dat ons gevangen houdt, is opeens verdwenen en die zee aan vrijheid bleek een ideaalbeeld, oftewel illusionair. Het hek zowel als de zee blijken objecten te zijn waarin we onze houvast vonden. Net zoals de ene persoon zich veilig voelt met vaccinatie en de ander zonder vaccinatie.

Nu ontdekken we in de ‘net niet tijd’, in de pauze of de tussenruimte wat mij betreft, dat we wellicht geen object buiten onszelf meer nodig hebben om ons aan vast te houden. Hier vinden we namelijk houvast in onszelf en beschikken we over opties die vele malen ruimer zijn dan een wel of een niet.

Het is net zoals de psychologische geboorte waarbij we opeens als kind op eigen benen de wereld in lopen, los van mama’s of papa’s hand. Mama en papa als objecten worden naarmate we opgroeien steeds meer verinnerlijkt tot een zelf en dan zeggen we ‘ik’ en noemen we onze naam. Wat nou als onze politieke leiders, die ook gewoon maar mensen zijn, niet meer ons object zijn? Zou dat niet meer recht doen aan wie ze nog meer zijn dan een autoriteit? Zou dat ook niet meer recht doen aan onze autonomie? Verandert het afhankelijke idee van de machthebbers en de machteloze, dan niet in iets wat meer weg heeft van een gezamenlijke invloed? Wat nou als we beseffen dat door zoveel betekenis te geven aan het woord Corona, we er ook een object van hebben gemaakt? Welke betekenis onthult zich wanneer we Corona niet meer nodig hebben als object?

We hoeven ons alleen maar heel even over te geven, een moment te vertoeven in de ‘net niet tijd’. Al zeggen we maar 1 keer tegen onszelf: “Nu hoef ik het even niet te weten”. Dit is het moment waarop je hele perspectief de kans krijgt te verschuiven. Dit is het moment waarop je als kind vanuit de symbiose via de separatiefase (andere kijk op polarisatie?) naar de individuatiefase gaat om het maar even in de taal van mijn vakgebied te zeggen. De separatiefase is de psychologische geboorte. Het is een grote overgangsfase.


Dit is misschien wel het moment waarop we allemaal wachten; “Het volwassen worden van de mensheid?” Geen object buiten onszelf nodig hebben, maar een anker ervaren in onszelf. Geen autoriteit die onze koers bepaalt, maar het verinnerlijken van onze eigenheid en daardoor op koers zijn. Dit is de shift!

Als we onszelf toch eens toe zouden staan het niet te hoeven weten en het even kunnen uithouden in de ‘net niet tijd’. Dan komt, in mijn ogen, een prachtige pure kwetsbaarheid tevoorschijn die zo menswaardig en eigen is maar waar we veelal van vervreemd zijn geraakt.

Dan dient zich, eindelijk, geheel vanzelfsprekend die nieuwe landkaart (misschien wel schatkaart?) aan. Daar ontvouwt zich die nieuwe, of beter gezegd, geëvolueerde wereld, waar we zo naarstig naar op zoek zijn. Dit is de ‘magie’ van het leven, de natuur die door alles heen dringt. We hoeven het alleen maar toe te staan. Dit is hoe we allemaal zijn uitgegroeid tot de mens die we nu zijn vanuit een eicel en een zaadcel. Dit is hoe het leven zijn weg vindt, ondanks ons! Hoe zou het zijn als we even uit de weg gaan, ons er even niet mee bemoeien, omdat we in het ‘net niet moment’ verkeren?

Ja, dat vraagt vertrouwen. Een diep vertrouwen en een wijsheid die ons allen eigen is. Dat is namelijk onze natuur, ook al staan we daar soms ver van af.

Zullen we het eens samen oefenen (of heb jij iets zinvollers te doen)? Juist nu, in deze tijd? Zou het niet fijn zijn om samen een nieuw perspectief de kans en ruimte te geven, voordat we het alweer gebagatelliseerd hebben en onszelf per definitie ontkrachten?

Stel dat het een perspectief is waar we evolueren van een ‘wij-zij’ naar een verwezenlijkt ik. Een ik die zich verbonden weet met anderen en uniek is in zijn soort? Met welke ogen kijken we dan de wereld in? Wat is dan onze invloed op ziekte, armoede en klimaat? Hoe zullen we dan samenwerken en leven? Ik vermoed dat het op z’n minst verfrissend is en dat onze blik een liefdevolle zal zijn. Maar ook dat is maar een idee natuurlijk.

Zou de ingenieuze wijze waarop onze in- en uitademing ons doet ademen en leven, ook iets verklappen over hoe ingenieus wij als mensheid zijn? Zou het samen leven op aarde dan niet opeens heel eenvoudig en vanzelfsprekend zijn? Is dit de evolutie waar we middenin zitten? De tussenfase misschien, die we als essentiële schakel nog over het hoofd zien? De separatiefase om vanuit onze afhankelijkheid de stap naar autonomie te zetten? Op z’n minst iets om je door te laten inspireren wellicht?

Ik heb het antwoord niet en soms is dat ook precies wat we niet nodig hebben. Ik gun ons allen (of in ieder geval mezelf) dat we meer onszelf durven te bevragen. Laten we nieuwsgierig blijven naar onszelf, elkaar en het leven. Tussen extreem links en extreem rechts zijn nog zoveel nuances te ontdekken. Ik wens ons een groot onderscheidingsvermogen en wat meer moed om kwetsbaar te zijn en daarin te vertragen. Met het gezegde practice what you preach in mijn gedachten, zal ik mijn schrijven eindigen. Je weet nu wat mijn practice is. Ik zal vallen en opstaan, keer op keer, dat is het hele principe van een practice.